Uyuni was dus vooral een wachtstad - wachten op de trein naar Oruro. Die vertrok zaterdagnacht om 0:05, en we moesten er om 23:00 zijn. In het donkere treinstation zaten en lagen veel mensen te wachten. Veel vrouwen met bolhoedjes, plooirokken en draagdoeken vol met spullen, en iedereen had een deken bij zich. Hmm. Zou het zo koud zijn in de trein?
Om een uur of 0:15 kwam de trein aan: een grote diesellocomotief met een stuk om 7 wagons en een bagagewagon. Daar gingen onze rugzakken in, en wij gingen in de allerlaatste wagon, die er in Uyuni aangehangen werd. Het duurde even voordat daar licht was, maar toen zagen we dat we best mooie stoelen hadden, met redelijk wat beenruimte.
Om 0:50 vertrok de trein uit Uyuni. En toen de kaartjes gecontroleerd waren, de vloer geveegd door de conducteur, en wij ons geïnstalleerd hadden, ging het licht uit. Op de kadans van de treinwielen konden we in slaap vallen… of niet. Het uitzicht over de zout- en/of hoogvlaktes met de sterren erboven was ook wel bijzonder.
In de ochtend reden we ‘door’ het grote meer ten zuiden van Oruro, waar echt een ongelofelijke hoeveelheid meerkoeten hun nest hebben in het riet. Alleen maar meerkoeten… niet normaal. Het laatste stukje reed de trein als een tram door de straten van Oruro - en precies drie kwartier te laat kwamen we aan.
Het was een beetje lastig om een hotel te vinden, want het blijkt dat ze hier ook carnaval vieren. Gelukkig vonden we redelijk snel iets, en om 10:00 hadden we een kamer.
Het echte carnaval is pas volgende week zaterdag en zondag hier, maar deze zondag deden ze een repetitie-optocht: met muziek en dansers, maar zonder de (overigens op posters fantastisch uitziende) kostuums. De optocht begon om 9:00 en ging door tot 21:00. Er deden zo’n 60 groepen aan mee. We hebben er stukjes van gezien, want om er nou de hele dag naar te kijken…
De dansers zijn echt geweldig: ze dansen in groepen, netjes in de maat, zowel vrouwen als mannen. De mannen beelden soms cowboys uit met bellen aan hun laarzen, soms geiten met rare bokkensprongen. En vaak hoort een bepaalde heilige bij een groep - die wordt dan op het dak van een auto rondgereden.
De muziek was bijna altijd gebaseerd op dezelfde melodie (dat wordt een beetje eentonig), maar wel met passie uitgevoerd. Slaan op grote trommels, een batterij aan trompetten, baritons, soms trombones en vaak tuba’s. Gaaf hoor!
En de kinderen (tot zeker 25 jaar) vermaken zich met het natspuiten van iedereen die daarvoor in aanmerking komt (een argeloze toerist dus ook). Ze gooien waterballonnetjes (dan ben je echt nat), spuiten met een waterpistool, of gebruiken de spuitbussen waar een soort zeep uitkomt. Heerlijk… je zit helemaal onder voor je bij het hotel bent…
Jammer dat we er volgende week niet meer zijn - we gaan morgen naar Putre, net over de grens in Chili, als de wegen het toelaten, want het is hier nogal regenachtig, en daarom spoelt er nog wel eens een weg weg. Maar waar we volgende week zijn, hebben ze vast ook carnaval!

