Articles by esther

You are currently browsing esther’s articles.

Wij wilden ook graag naar het Peninsula de Osa, omdat we daar nog niet eerder echt geweest waren. En vanaf Otto en Anja is dat niet zo heel ver, dus we waagden het erop. We reden in dik anderhalf uur (dat was iets meer dan gedacht) net het Peninsula op, bij het dorpje Rincon. Daar vlakbij hebben Jan en Ina hun hotel Jamanasin. Ze zijn pas in oktober vorig jaar naar Costa Rica gekomen, maar het ziet er al heel netjes uit. Mooie, ruime kamers en heel veel groen om het hotel. Toekans, papegaaien, gifkikkertjes… het kan niet op! Lees meer!

Read the rest of this entry »

Dankzij de gastvrijheid van Otto en Anja (ja, kijk nog maar eens naar dit leuke hotelletje in Zuid-Costa Rica!) konden we even uitgebreid internetten, heerlijk! Dank je wel!

Daarom is er nu een update met stukjes over de eilanden van de Galapagos (na het algemene verhaal):

Over het duiken is ook een heel verhaal beschikbaar, maar dat staat op de laptop die in San José ter reparatie ligt. Net als de meeste foto’s trouwens, dus het duikverhaal en de foto’s houden jullie allemaal nog te goed!

De dag na ons regeldagje in San José zijn we naar Tortuguero gegaan. Dit Nationaal Park ligt in het Noordoosten van Costa Rica en is alleen goed bereikbaar per boot. Nu kan je dit zelf allemaal regelen, maar wij deden het eens makkelijk en namen een tweedaags toertje vanuit San José.

 Met een luxe bus gingen we naar het Oosten: eerst door NP Braullio Carillo, een nevelwoud, waarin zich ook Costa Rica’s enige tunnel bevindt - “De kortste en de langste“, aldus de grappige gids…

Read the rest of this entry »

Zo, we zijn weer terug in de bewoonde wereld, Quito. We hebben honderd procent genoten van onze 10 dagen op de Galapagoseilanden!!  Er komt natuurlijk een volledige update met foto´s enzo, maar ons schip ging de afgelopen week zo hard heen en weer dat er helaas een biertje over het toetsenbord van de laptop viel, waardoor het hele ding nu problemen heeft. We zijn op zoek naar een service center in Costa Rica om het te verhelpen, maar dat betekent wel dat ik geen toegang heb tot mijn netjes voorbereide verhalen uit de Galapagos… Dus nu even snel, vanuit een internetcafe.

Galapagos is een verzameling eilanden, en wij hebben de eerste 8 nachten in Puerto Ayora op Santa Cruz doorgebracht, het belangrijkste dorp. Van daaruit hebben we duiken gemaakt (Joost 12, ik 10) voor de kust van verschillende eilanden. Toen zijn we aan boord gegaan van zeilschip Encantada, waar we met 12 toeristen, 1 gids en 5 bemanningsleden mee rondvoeren door het zuidelijke deel van de eilanden. Vanaf de boot hebben we de eilanden zelf bezocht, en ook hebben we veel gesnorkeld. Het was echt schitterend!

Duiken
De eerste duiken hebben we bij het eiland Floreana gemaakt. Direct viel het op dat het onderwaterleven op dat van Costa Rica lijkt, maar dat hier de vissen (zoals de papegaaivis) veel groter zijn. We zagen ook veel witpunthaaien, en vooral de staarten van de hamerhaaien: die zwommen telkens weg als we ze zagen.  Ook waren hier veel schildpadden, schitterende green sea turtles, die door het water zweven.
Daarna hebben we gedoken bij Gordon Rocks en Bartolome Island, waar we vooral weer telkens net geen hamerhaai zagen, maar wel weer veel schildpadden en andere mooie vissen. We hebben hier ook (weer) met zeeleeuwen gezwommen, ook erg leuk. Toen namen we een dagje rust, en mijn laatste duiken heb ik gemaakt bij Gordon Rocks: we sprongen het water in en nog geen 5 minuten later hadden we al een grote school hamerhaaien voorbij zien komen. Nu konden we hun rare koppen duidelijk zien, en het waren er wel een stuk of 30! Indrukwekkend!
Joost heeft de laatste duikdag nog gedoken bij North Seymour, waar het toch ook weer net anders was, en erg mooi.

Het dorp
Puerto Ayora is een echt toeristendorp, met een hele rij souvenirswinkels - voornamelijk met t-shirts met prints van de dieren: blue-footed boobies, zeeleeuwen…
Er is ook een soort visafslag, waar de vissers hun vis schoonmaken en verkopen, en waar pelikanen en zeeleeuwen een beetje restafval (of zelfs een hele vis!) proberen te scoren. Dit is een erg vermakelijk tafereel, en we hebben daar ook vaak naar zitten kijken.
Verder liggen in de haven allemaal toeristenboten, en wat vissersbootjes. Er lag zelfs een catamaran met een Nederlandse vlag!

De cruise
De Encantada viel iets kleiner uit dan gedacht (maar de plaatjes lijken natuurlijk altijd mooier) , maar hij had wel sfeer: een mooie, rode zeilboot die  lekker op de motor voer :-) De kamer was natuurlijk inieminie klein voor onze twee rugzakken en het stapelbed, maar met wat coordinatievermogen, in harmonie met de schommelingen van het schip, kom je een heel eind. De eerste twee dagen hebben we ´s nachts gevaren, waardoor we wel wat nachtrust tekort kwamen - je lijf zegt namelijk, “Pas op, je bed beweegt!“, waardoor je wakker wordt. Maar daarna hebben we twee nachten in rustig water stil gelegen, dan is het een lekker wiegende beweging, niets mis mee.

De bezoeken aan de eilanden waren telkens anders: andere lavaformaties, veel groen, veel vogels, weinig vogels, veel iguana´s: we hebben vanalles gezien. Het programma:

  • Santa Cruz: bezoek aan Charles Darwin Station waar ze landschildpadden (van die HELE grote) fokken om op het juiste eiland weer uit te zetten. Ieder eiland heeft namelijk zijn eigen subsoort. Op het eiland Pinta was nog maar 1 schildpad over - hij heet Lonely George en woont nu op Santa  Cruz, maar hij wil niet samen met de vrouwtjes van een ander eiland - zijn soort is tot uitsterven gedoemd!
  • Floreana: een kaart gepost in de postbus die de zeilschepen vroeger gebruikten om post te ´versturen´ tussen Amerika en Europa: een houten ton waaruit je kaarten kan meenemen om zelf te bezorgen.  En we liepen in een tunnel die ontstaan is door een ondergrondse lavastroom. Bij het snorkelen heel wat baby-witpùnthaaien gezien (van max. 1,5 meter) en stingrays.
  • Española: wat mij betreft het hoogtepunt. Hier zie je een onvoorstelbare hoeveelheid zeevogels: meeuwen in diverse soorten, de boobies (blauwvoet en Nazca), zee-iguana´s en albatrossen (de enige plek waar zij landen!!). Het was echt fantastisch mooi.
  • San Cristobal: Isla de Lobos bezocht, waar honderden zeeleeuwen op het strand liggen en zich laten benaderen tot heel dichtbij - ze hebben niets te vrezen van mensen!
  • Santa Fe: Prima gesnorkeld met grote scholen yellowtail surgeonfish en weer een schildpad (hoera!). En landiguana´s gezien: reuzegroot!
  • North Seymour: Een herhaling van alles: blue-foot boobies, landiguana´s, zeeiguana´s, zeeleeuwen (maar nu ook fur seals, met bont), en een kolonie fregatvogels met mooie opgeblazen rode keelzakken.

Kortom: het was fantastisch. We hadden een gezellige groep op de boot: Fransen, Engelsen, Zwitsers en wij. De bemanning was superaardig. ´s Avonds laat heb ik met de kapitein sterrenbeelden gezocht: de grote beer staat ondersteboven net  boven de horizon, en het zuiderkruis is goed zichtbaar (de Galapagos ligt net onder de evenaar). En de melkweg natuurlijk!

De plannen: morgenochtend akelig vroeg op (5:00) voor de vlucht naar Miami, waar we na 6 uur wachten (tax free shoppen voor een nieuwe camera!) weer naar het zuiden vliegen, naar Costa Rica. Daar wacht Peter op ons, als het goed is. Na een dagje dingen-regelen in San Jose gaan we voor twee dagen naar Tortugero NP, en dan rijden we in een huurauto naar Otto en Anja. Het blijft voorlopig dus nog even karig met de updates van het blog, want we hebben een druk programma!

De Encantada lag in het kanaal tussen Baltra (waar het vliegveld is) en North Seymour, waar we ons laatste landbezoek deden. We zagen hier een paar fur seals (zeeleeuwen met bont) en waar we aan land gingen lang een moederzeeleeuw met een jonkie. Het jong was erg nieuwsgierig naar ons en kwam al ‘jankend’  naar ons toe, en hapte zelfs naar onze benen! Gauw omhoog dan maar…!

Op dit eiland zitten landiguana’s, zee-iguana’s en een kolonie fregatvogels. Veel van de mannetjes hadden hun knalrode keelzak opgeblazen, en dat zag er indrukwekkend uit. Ook erg lastig trouwens, zo’n bol met lucht onder je snavel! Maar je moet er iets voor over hebben, om indruk op de vrouwtjes te maken!!
En gelukkig zaten ook hier nog een paar blauwvoet boobies.

Om een uur of negen ’s morgens werden we afgezet bij het vliegveld op Baltra. En toen begon het wachten, want we vlogen pas op 12:45. Maar bijna de hele groep ging weg, dus het was wel gezellig op het vliegveld. De vlucht was… een vlucht. Nog een blik kunnen werpen op de eilanden, en toen werd het uitzicht blauw.
In Quito zaten we weer in hetzelfde hostel, Cafecito als eerder (en in Cuenca). En de volgende ochtend ging om 5:45 de wekker weer… tijd voor de reis naar Costa Rica!

Heerlijk geslapen, want hier was het water superkalm (en we waren om 21:00 aangekomen). We bleken ten anker te liggen tussen Isla Lobos en San Cristobal - daarom was het zo kalm. Het water was ook glashelder. Toen we met de dinghy een rondje gingen varen, kwamen de zeeleeuwen (lobos) al rond het bootje spelen, echt heel grappig. Het zijn net jonge hondjes!
Aan land klauterden we een stuk over de zwarte lavarotsen, en we vonden een verliefd stelletje blauw-voet boobies. Om hun liefde te uiten, tillen ze hun blauwe voeten een voor een hoog op, een heel komisch gezicht. Het mannetje legde ook steentjes bij zijn voeten, om ze nog meer te benadrukken. Even verder vonden we weer een stelletje, en de ene vogel had twee jonge boobies op zijn voeten zitten. Boobies zijn geen meeuwen, maar lijken er een beetje op. Ze vliegen boven het water tot ze visjes zien, en dan storten ze zich met ware levensverachting in het water - ze vouwen hun vleugels strak naar achteren. Soms gaat dat met drie, vier, of tientallen vogels tegelijk.

Na het ontbijt zijn naar Santa Fe gevaren, een eilandje zo groot als Paaseiland (dat is pas klein!), dat voor Santa Cruz ligt. Daar hebben we in een stille baai weer uitgebreid gesnorkeld. Het barstte hier van de Razor Surgeonfish. Een enorme helderblauwe parrotfish leidde mij af toen Joost een mooie, grote rog zag, maar even later zagen we samen een grote zeeschildpad voorbij zweven - en dat blijft een schitterend gezicht!
Daarna zijn we aan land gegaan, op safari om de landiguana op te zoeken (die we in het Charles Darwin Centrum hadden gezien). We hebben er twee gevonden - zoveel zijn er niet, en dan is zo’n eilandje van 24km2 best groot!

Española

Varen van Floreana naar Española duurde wel een uur of 8, dus we hebben weer een nacht liggen schommelen en waak-slapen. Maar we moesten toch om 5:45 op… Eerst naar het eiland, ontbijt kwam later. Española was fantastisch. Bij aankomst zaten de zeeleeuwen ons al op te wachten, met jonkies en al. En dan moet je echt om ze heen lopen, zoveel liggen er. Een kleintje kwam zelfs naar iemand van de groep toe om te kijken of er niet iets te halen viel!
Het was net een dierentuin, maar dan erger: om ons heen, op het pad, lagen zeeleeuwen, zwarte zee-iguana’s, boobies met blauwe voeten, gemaskerde boobies, hagedissen… noem maar op! En alle beesten trokken zich niets van ons aan, bleven gewoon hun ding doen (meestal luieren)! Zelfs jonge boobies zaten gewoon midden op het pad.
En zo liepen we tussen al deze dieren door naar het grasveld van de albatrossen. Dat zijn echt schitterende vogels. Zo groot als een gans, en zo waggelen ze ook. Albatrossen vliegen zo’n zes maanden rond over zee en landen dan hier op de Galápagos (en nergens anders!). Hier zoeken ze hun partner weer op, en krijgen ze hun kuiken. Als die kan vliegen, gaan ze weer de lucht in. En dat gaat hier goed: de grote vogels “rennen” naar de rand van de klif en springen er vanaf - rennend kunnen ze niet genoeg vaart maken om op te stijgen! Ze hebben geweldig fotogenieke koppen: doordringende zwarte ogen met mooie witte wenkbrauwen erboven. De snavel is stevig en donkergeel - daarmee ‘neuzen’ ze met elkaar als ze hun partner weer gevonden hebben, of moeten verdedigen tegen een andere vogel. Ik vond het echt heel erg mooie vogels.

Op het randje van de klif zagen we niet alleen opstijgende en vliegende albatrossen (ze vliegen met ‘hangende poten’), meeuwe met zwarte koppen en rode poten, meer zee-iguana’s en andere vogels, maar ook een blow-hole: in de rotsen zit een gat, waar heel veel water ingeperst wordt door de golven van de zee. Dat komt dan door een klein gat weer naar buiten, waar je een torenhoge wolk van water krijgt te zien. Spectaculair!

En toen was het tijd voor ontbijt…

Daarna hebben we gesnorkeld bij Isla Gardner (voor de kust van Española). We begonnen in een tunneltje, en zwommen om het eilandje heen. Hier zagen we weer scholen met King Angelfish, maar ook salema’s (kleine, zilveren visjes die in grote scholen zwemmen) en een triggerfish van 50 cm die een zeëegel aan het opeten was.

’s Middags zijn we aan land gegaan op Isla Gardner, waar honderden zeeleeuwen op het witte zand liggen te zonnen. Met z’n allen op een rijtje, knus te zonnen en luieren. Een erg leuk gezicht. En om op het strand te komen, loop je gewoon tussen ze door - ze blijven gewoon liggen! Alleen de mannetjes maken zich soms druk als je je te lang in hun domein begeeft. En dat met uitzicht op een groen-lichtblauwe-donkerblauwe zee… ik zeg maar niets meer :-)
We hebben hier ook nog wat gesnorkeld, en ik zag daar een zeeschildpad zich tegoed doen aan wier, op 3 meter diep. De dieren blijven hier gewoon bij je in de buurt!

Na terugkomst zijn we direct gaan varen naar San Cristobal. Dat betekende wel wat extra coordinatievermogen tijdens het diner met omvallende flesjes en volle borden, maar het ging goed.

Floreana

’s Nachts zijn we gevaren van Santa Cruz naar het eiland Floreana. Dat was vijf uur schommelen en over golven heen varen - dus echt goed hebben we niet geslapen, want je lijf zegt constant: “Pas op, je bed beweegt!”. Maar wel om 6:30 op, want om 7:00 was er ontbijt met ei en worstjes - een stevige bodem voor ons bezoek aan Floreana.
Met de dinghy (rubberboot) werden we aan land gebracht. Het was een ‘wet landing’, dat wil zeggen, voetjes in de branding en uit de boot springen. Na 100 meter stonden we bij de eerste bezienswaardigheid: het postkantoor. Vroeger, in de tijd van zeilschepen en varen rond Zuid-Amerika, stond hier een houten ton waarin zeelui hun post achter lieten. Kwam jouw schip uit Europa en wilde je een briefje naar huis sturen, dan liet je dat hier achter. Een schip uit Noord-Amerika, dat via Zuid-Amerika naar Europa voer, nam zo’n brief dan mee en bezorgde die in Europa. Die oude gewoont wordt nu voortgezet door toeristen: je laat een kaart achter, een andere toerist neemt die mee en bezorgt die bij thuiskomst. Erg grappig, en de ton, die ondertussen wel vervangen is, is ook een verzamelplaats voor mensen die hier iets achterlaten. Wij hebben ook een kaart geschreven - en die is al in Nederland aangekomen! Zwitsers hebben ‘m meegenomen naar hun land, en met Zwitserse postzegels naar Nederland gestuurd.

Daarna doken we de begroeiing van Floreana in: veel struiken, bomen, gras dat aan je broek of sokken blijft kleven, mooie bloemen, veel insekten en vinkjes. We liepen naar een lava-tunnel - een hele donkere deze keer. Ook hier zijn door ondergrondse uitbarstingen tunnels gevormd. In deze specifieke tunnel kwam het tot een grote ontploffing toen de lava het grondwater tegenkwam. En nu is er een grote ‘hal’ gevormd  met een mooi rond dak. Heel speciaal om daar te staan!

Na terugkomst bij de baai konden we snorkelen vanaf het strand. Niet zo interessant, dachten wij-de-duikers. Maar dat viel ontzettend mee! Er zwommen hier jonge Galápagoshaaien van max. 1 meter lang, en dan wel een stuk of zes! En we ontdekten een aantal stingrays (roggen) die het niet echt goed met elkaar konden vinden. Ze hadden ruzie over een kuil in het zand, en dat leverde een heel spektakel op.

Na een lunch (met kip, rijst en vruchten toe) gingen we weer snorkelen, maar nu bij Devil’s Crown, waar we ook gedoken hadden. Gelukkig was het water nu een stuk rustiger en we konden diverse white tipped reef sharks (witpunthaaien) zien, veel kleinere, kleurrijke vis en een rog. Aan het eind was er een nieuwsgierige zeeleeuw die met ons kwam spelen.

’s Middags - het was een vol programma deze dag! - landden we weer op Floreana, maar nu bij een laguna waar flamingo’s rondliepen. Niet in grote aantallen, maar het was toch een mooi gebied. De flamingo’s lopen met hun hoofd onder water als een stofzuiger door de laguna op zoek naar garnaaltjes enzo.
We liepen verder naar een ander strandje: schitterend wit, met een groen-blauwe zee… prachtig! De kleine stingrays speelden hier in de branding en we zagen een groepje fregatvogels die het ook wel leuk leken te hebben… Wat bleek, ze hadden een nest met jonge green sea turtles (zeeschildpadden) ontdekt. Die kleintjes horen ’s nachts uit hun ondergrondse wiegje te komen, maar dit nest had het verkeerd getimed. En de fregatvogels hadden dat door: die kwamen schildpadjes eten! Het was echt sneu om te zien dat die kleine frutsels (5 cm groot) soms met vier tegelijk uit het zand werden geschept. En die ene die op weg naar zee was, redde het ook niet, want er liep ook een grote reiger rond, die ook wel een schildpadje lustte. Dit vond plaats op zo’n 3 meter afstand van waar wij stonden, in het droge zand (waar we niet mochten komen!). Echt indrukwekkend! Maar gelukkig hadden we onder water al gezien dat er hier genoeg green sea turtles zijn. En je moet de natuur uiteindelijk toch zijn gang laten gaan!  (En Joost heeft schitterende foto’s gemaakt!)

N.B. Helaas viel door de schommelingen van de boot ’s avonds een flesje bier om, zodat de laptop onbruikbaar werd. In San José bleek dat het toetsenbord kapot is. Hopelijk is de laptop a.s. vrijdag (9 mei) weer gerepareerd…

Op woensdag 23 april begon onze cruise langs de Galápagoseilanden met een verassende mededeling: we zouden niet ’s morgens al beginnen met een bezoek aan de hooglanden, maar pas ’s middags met een bezoek aan het Charles Darwin Onderzoeksstation. De reden: de boot was een beetje later dan verwacht. Dat was jammer, want we wilden graag naar de hooglanden: daar lopen de reuze-landschildpadden nog vrij rond. Gelukkig zijn wij niet voor een gat te vangen, en we regelden een taxitour.
Eerst reden we de bergen van Santa Cruz in, naar El Chato. Daar gingen we ‘op jacht’ naar de landschildpadden (ze lopen immers vrij rond!). We vonden er eentje die net uit een vijvertje was gekomen: hij/zij had een mooie rand van kroos. Wat een beesten zijn dat, zeg! Wel 50, 60 cm hoog, en een poten - niet normaal. Daar is Jurassic Park niets bij. Deze jongen had zijn hoofd diep weggetrokken onder het schild, zodat we ‘m alleen een beetje hoorden blazen. Later vonden we een grote jongen die lekkere passievruchten aan het eten was. Zijn mond zat onder het roze-rode vruchtvlees, erg grappig. En tot slot was er nog een vrouwtje, een jong beest van ongeveer 50 jaar - ze kunnen wel 150 jaar worden, deze dieren!

Vervolgens bezochten we een tunnel die door een ondergrondse vulkaanuitbarsting gevormd was: de lava zie je dan nog in de tunnel zitten, helemaal versteend. Beetje spannend, maar de vulkanen op dít eiland zijn niet meer actief. Dat zagen we iets verderop, waar je in de twee belangrijkste kraters van Santa Cruz kunt kijken. Volledig begroeid, ook ín de kraters. De kraters zijn zo’n 100-150 meter diep. We zagen er vooral veel vogeltjes: Darwin heeft hier allerlei soort vinken gevonden.

’s Middags, nadat we onze mede-cruisers en de gids ontmoetten, zijn we naar het Charles Darwin Centrum gegaan. Daar onderzoeken ze het leven op de eilanden, en ze hebben een fokprogramma opgezet voor de landschildpadden van alle eilanden en de landleguanen. Je kan daar dus langs hokken vol schildpadjes lopen - ze blijven 10 jaar in het centrum voor ze uitgezet worden. Op ieder bord hangt een bordje met de naam van het eiland waar de schildpadden thuis horen. Ieder eiland heeft namelijk zijn eigen soort: iets andere schilden, iets andere tekening op de schilden. Darwin heeft mede op dit feit (dat ook zo voorkomt bij vinken) zijn evolutietheorie gebaseerd. Er is één heel zielige schildpad, Lonely George. Die komt van het eiland Pinta en is de enige overgebleven schildpad van dat eiland: zijn soort is dus eigenlijk al uitgestorven. Lonely George vertikt het ook om met vrouwtjes van andere eilanden aan de rol te gaan, dus hij helpt niet echt mee…

Op een aantal eilanden komen leguanen voor op het land (er zijn ook zee-iguanas). In het Charles Darwin Centrum lagen een paar grote leguanen, wel bijna 70, 80 centimeter lang. Ze hadden een mooie, geelachtige kleur. Maar verder blijven het maar rare beesten…

Dus dat was onze kennismaking met de dino’s van de Galápagos!

Morgen (dinsdagochtend) vliegen we naar de eilanden op de evenaar, ‘vlak’ voor de kust van Ecuador (op de wereldbol gezien). Daar gaan we genieten van reuzenschildpadden, blue footed boobies, hammerhead sharks, marine iguanas, zeeleeuwen, en nog veel meer bijzondere diersoorten.

De planning is als volgt: we zoeken een hotel in Puerto Ayora op Santa Cruz en gaan eerst een weekje veel duiken. Vanaf 23 april zitten we dan op een bootje (plaatjes volgen, ik ga jullie niet nú al lekker maken!) voor 5 dagen, en varen we langs een aantal eilanden.  Op 27 april vliegen we terug, en op 28 april gaan we door naar Costa Rica.

Om jullie een beetje voor te bereiden: vooralsnog zijn we niet van plan om de site te updaten vanaf de Galapagos-eilanden. De prijs van het internet-per-uur zal ongetwijfeld ontzettend hoog zijn. We zullen wel een paar keer onze e-mail checken (daar komen jullie commentaren op de site ook in terecht). Dus… even geduld!

Vandaag Quito…

wachtGisteren zijn we teruggekomen uit Otavalo, vandaag ‘deden’ we Quito even. We zijn in de oude stad geweest en hebben vooral veel kerken gezien, want daar staat het bomvol mee. Maar eerst zagen we nog net het laatste stukje van de wisseling van de wacht op het Plaza de la Independencia. Mooie blauwe, historisch uitziende pakjes hadden die wachten aan. Er werd ook een mars of wat geblazen. En onder de joekel van een Ecuadoraanse vlag stond een man op een balkon te zwaaien, waarop er heftig teruggezwaaid werd. Dit bleek de president, meneer Correa, te zijn! Hij inspecteert de wisseling van de wacht vanaf het balkon van het regeringspaleis.

In de kathedraal, die naast deze Plaza staat, was een schilderij te zien met een bijzonder verhaal. ‘Op’ de evenaar hadden we gehoord dat de kerken in Quito zo gebouwd zijn dat de zon er op een bepaalde manier op schijnt. In de kathedraal hangt boven het altaar een groot schilderij, waar Jezus in de linkerbovenhoek staat afgebeeld. Op bepaalde data valt de zon dus precies over dat schilderij, tot bij Jezus. Verder ligt Generaal Sucre, bevrijder van Ecuador, hier in zijn tombe en is er veel goud te zien.

plein san franciscoWe hebben ook het Monasterio de San Francisco bezocht, een klooster van Franciscaner monniken (nog steeds). Er stonden heel veel beelden en er hingen heel veel schilderijen met afbeeldingen uit bijbelse verhalen waar ik het bestaan niet van kende. Maar wel mooi, vooral die oude beelden zijn soms erg indrukwekkend gedetailleerd.
De kerk van het klooster is volop in restauratie, waardoor we het altaar niet konden zien (jammer, want dat moet letterlijk schitterend (van het goud) zijn). Maar we stonden in het koor, en het dak daarvan is ook indrukwekkend mooi: dat bestaat uit een puzzel van stukjes hout die zonder lijm in elkaar blijven steken. Het patroon heeft vogelMoorse invloeden en het hout is ook met goud bewerkt. Schitterend.
Zelf vond ik ook de grote zangboeken voor de priesters erg bijzonder: grote boeken, 50 cm hoog, met letters die zo’n 4 cm hoog zijn. Niet dat ze zo slechtziend waren, maar er stond 1 zangboek op een houder voor alle 61 priesters in het koor. Dat ’schrijven’ (of meer schilderen) op schapenleer doe je namelijk niet zomaar 61 keer!

Met deze kerken (de anderen die we wilden zien waren dicht) en een rondje langs de plaza’s hebben wij Quito gedaan. Bovendien moesten we terug naar het hostel, om onze tassen goed in te pakken voor de vliegreis morgen. In het hostel denderde ik nog even op mijn linkerheup en elleboog van de pas gewaxte trap af (au, dat wordt blauw!), dus dat wordt lekker zitten, 3,5 uur in het vliegtuig… Maar gelukkig is er niets kapot - die wax gleed goed…

Markt in Otavalo

souvenirsEcht, als je een souvenir uit Zuid-Amerika wilt hebben (en niet al te specifiek uit één bepaalde regio), dan moet je naar Otavalo komen. Dit flinke dorp, 2,5 uur ten Noorden van Quito (ja, op het noordelijk halfrond dus!) heeft echt álle souvenirs die je in de zuidelijke helft van dit continent kunt kopen, verzameld in tientallen winkeltjes en één grote markt.
Truien van alpacawol: duizenden, in alle kleuren. Wil je een tas van die kleurrijke geweven stof die de vrouwen in Bolivia op hun rug binden: een hele winkel vol, bomvol. Alpaca-haardkleedjes? Kom maar halen - dat hier geen alpaca te vinden is, moet je maar op de koop toe nemen. Hangmatten - in alle kleuren van de regenboog (overigens lijkt dit echt iets uit deze omgeving te zijn). Geborduurde tafelkleden, blousen, rokken - ook hier te vinden. Het is bijna niet leuk meer - dat je heel Zuid-Amerika hebt doorgereisd, mooie souvenirs hebt uitgezocht en nu, op je laatste Zuidamerikaanse bestemming, zie je alles weer terug. Zo van: je had ook hier meteen alles kunnen kopen.
markt Wij hebben vanuit onze hotelkamer direct uitzicht op de markt. ’s Ochtends om half zeven (iedere dag!) komen de eerste handelaren aan: mega-grote zakken vol met textiel dragen ze op hun hoofd naar hun plekje, waar ze eerst hun kraampje moeten opzetten. Zo rond 9:00 staat iedereen er, en om een uur of 16:00 beginnen de eerste die mega-grote zakken weer in te pakken - om 21:00 is iedereen weg en is het plein weer leeg. Om de volgende ochtend weer te vullen met blauwe dekzeilen en kleurrijke textielen.

Read the rest of this entry »

Rondom Otavalo

lagunaOtavalo ligt in een dal, omgeven door groene hellingen, hoge bergen en vulkanen. Alleen die laatste hebben we niet gezien, want het is een beetje te bewolkt geweest de afgelopen dagen.
We hebben een tocht gemaakt naar de laguna van Cuicocha, op 3100 meter hoogte. Heel gezellig, met twee Belgische meiden die stage lopen in het Amazone-gebied en David, de gids. De wandeling ging rond dit oude kratermeer: omhoog (tot 3500 meter) en omlaag langs het water, met telkens een ander schitterend uitzicht op het donkerblauwe water en de twee eilandjes in het midden. In het water zijn geen vissen of ander leven, en op het diepste punt is het meer 200 meter diep.
De wandeling ging over de groene hellingen, van graslanden met als verrassing wat grazende koeien, tot nevelwoud met bromelia’s. Er groeiden orchideeën en allerlei andere mooie bloemen en planten. David, wees ook nog even wat geneeskrachtige planten aan: een soort munt, een anti-insectenboom, en anijs. Dat laatste groeit zomaar op het wandelpad!

Daarna zijn we naar een klein dorpje gegaan, waar Jose Carlos de la Torre, een 75-jarige man, wol verwerkt tot dikke, warme sjaals en poncho’s.

Read the rest of this entry »

wereldkaartDe wereldkaart was ook op de evenaar (latitude 0 graden 0´0´´), of net niet. Ecuador, equator: het land heet gewoon naar de evenaar. Quito betekent ook iets van ‘in het midden’ (of iets dergelijks). Wel apart, terwijl die evenaar ook zoveel andere landen doorkruist. Waarom is het dan precies dit land dat naar de evenaar heet, en er zo’n groot monument heeft staan?

Volgens de wetenschapper van Quitsa-To is Ecuador het enige land, en Quito de enige plaats, waar de oude culturen met zekerheid de zonnewendes konden vaststellen: hier bestaat de horizon namelijk uit bergen: die blijven stil staan en veranderen niet, terwijl horizons aan de zee, met bossen, en andere vage horizons niet toestaan om dat vast te stellen.

Vandaar: Ecuador, evenaar. Alleen hier!

evenaarQuito, Ecuador: de stad op de evenaar, la mitad del mundo (de helft van de wereld). Nou ja, bijna dan. Want om OP de evenaar te staan, moesten wij nog 20 kilometer naar het Noorden. Dat deden wij met het lokale openbaar vervoer: voor $0,25 stonden we 20 minuten in een drukke bus, die redelijk snel door Quito reed op een speciale busbaan - dat ging best voorspoedig. Op een centraal busstation stapten we over op een ‘gewone’ bus, die ons voor $0,15 extra afzette bij de helft van de wereld.
Nou zeg, wat een toeristisch gebeuren is dat: een grote parkeerplaats, entree betalen, souvenirswinkels (goh, die hadden we nog niet gezien), restaurantjes, meer souvenirs en een grote betonnen pilaar met een wereldbol erop. En een lijn die er aan twee kanten vanaf loopt: de evenaar!  En (gelukkig) was dit niet alles…

Read the rest of this entry »

Baños heeft zijn naam te danken aan de warmwaterbaden, met water dat rechtstreeks van de vulkaan komt. In het bad waar wij even geweekt hebben, waren twee baden: eentje was lekker warm en had een heel vies kleurtje. Ongetwijfeld kwam dat door de ontzettend gezonde mineralen en rare stofjes die erin zaten. Deze hingen volledig gespecificeerd boven het zwembad, maar voor mij kwam het erop neer dat mijn witte bikini bij thuiskomst poepiebruin was. Gelukkig wel uit te spoelen, maar toch - geeft een beetje een raar beeld. Het bad waar wij niet in zijn geweest, was ook zo’n geel-bruinig kleurtje, maar dit kwam écht rechtstreeks uit de aswolken uitstotende vulkaan. Het moet zeker 50 graden geweest zijn - meer dan een teen kreeg ik er niet in.

kerkBaños heet officieel Baños de Agua Santa (heilig water) en daarbij hoort ook een heilige - natuurlijk. De Virgen de Agua Santa  heeft al heel wat wonderen op haar naam staan. Een (groot) aantal van deze zijn geschilderd op een doek van zo’n 3 meter breed en die hangen in de kerk van Baños. Heel bijzonder om te zien; meestal werden de mensen gered nadat ze op momenten van nood (met de auto in een ravijn vallen, bedolven worden onder lava, in een vuurzee geraken) uitriepen “Ayuda, Virgen de Agua Santa” of iets in die richting. En dan kwam ze helpen…

baSWe hebben ook de dierentuin ontdekt. Die ligt op een bijzondere locatie: een soort rotspunt waarlangs aan beide kanten water stroomt (maar dan wel zo’n 100 meter lager). Je moet dus een beetje klimmen om bij de kooien te komen, maar je kan de jaguars, puma’s en condors ook van boven bekijken. De vogelsectie was erg mooi: de papegaaien waren goed vertegenwoordigd - die plukken ze hier zo uit het Amazone-gebied natuurlijk. We hebben nu de jaguar en de puma gezien, waarvan we al diverse keren gehoord hebben dat die “hier leven, maar nooit te zien zijn”. En erg leuk waren ook de slingeraapjes en de Andes-beren. Er lagen ook 3 Galapagos-schildpadden; ik hoop dat die iets meer bewegen als we hen straks in hun eigen leefomgeving zien!

kookpotIn het dal dat je binnengaat als je Baños verlaat, zijn heel wat watervallen te zien. Natuurlijk: hoge bergen, diepe dalen: dat water moet ergens heen! De meest indrukwekkende was de cascada Pailón del Diablo, ofwel de kookpot van de duivel. Een hoge waterval stort met veel macht en kracht in een ronde ‘pot’ en valt dan nog een stuk naar beneden. In die kookpot is het een lawaai van jewelste; je hoort een diep gedreun en dan al dat water dat opspat. Onze taxichauffeur wist ook nog het gezicht van de duivel aan te wijzen in de rotsen. De duivel kijkt als het ware in de kookpot. Hoezeer dat van je fantasie afhangt, blijkt wel uit het feit dat ik een ander gezicht zag dan de taxichauffeur, en Joost zag helemaal geen gezicht…

Een andere waterval hebben we van bovenaf bekeken, door er via een tarabita overheen te gaan. Dat is een soort kabelbaantje met een karretje eraan. Brr - zeker als je net bungy-jumpers hebt gezien. Maar hier mag je gewoon in blijven staan en ‘rustig’ van de waterval genieten!

Zo hebben we wel zes dagen in Baños doorgebracht: een leuk dorpje dat op zondag helemaal tot leven komt, omdat er dan markt is. Dan zie je mensen uit de omliggende dorpjes rondlopen met grote manden en zakken: inkopen doen! Bij de bushalte, waar tientallen stalletjes dezelfde suikerrietproducten verkopen, verzamelen ze zich dan voor de terugreis naar hun dorpje. En de stilte keert weer in Baños…

De pagina met de route en planning daarvan is (eindelijk) weer aangepast. Tot nu toe staat de route erop zoals we die gevolgd hebben; vanaf nu de route zoals we die nu gepland hebben staan!

De rechterhelling van Baños was wat hoger, dat hadden we wel gezien. Alleen niet als je op de kaart keek (het is dan ook een hele slechte kaart, zo bleek): vanuit Baños steek je de brug over, dan begint er een weg naar boven, maar er zijn ook twee wandelpaden.

banos Het eerste wandelpad, dat net na de brug zou starten, hebben we nooit gevonden. Dus liepen we door, genietend van de zon en de steigende weg (?), en de akkers om ons heen. Toen stonden we opeens op een kruising - dat was wel duidelijk aangegeven. Maar waar begon nu het tweede wandelpad? Vijf haarspeldbochten later (omhoog) hadden we nog steeds niets gevonden, en we hielden een auto aan om het te vragen. Die man wist ook van niets, want hij was een Ecuadoraan uit Ambato, op stap met zijn familie. Maar we mochten wel meerijden naar boven in hun grote Jeep voor zeven personen. Jippie! Zo kwamen we in ieder geval boven! Die haarspeldbochten gingen erg soepeltjes met die Jeep :-)

vulkaan“Boven” was waar de antennes staan. Ik denk zo’n 800 meter boven Baños en (volgens het bord) 8 km rijden van Baños. Wij bedankten de man en zeiden (vol goede moed) dat we naar beneden gingen lopen, daar hadden we tenslotte de hele middag voor…
Vanaf de top heb je een schitterend uitzicht op de vulkaan Tungurahua. En we konden dus ook zien hoe actief hij eigenlijk was: iedere 10 minuten stootte de vulkaan een stevige wolk stof en as uit. Meestal zat dit verborgen achter gewone, witte, wolken, maar soms zag je ineens zo’n zwarte wolk er tussendoor groter groeien. Brr. Wel spannend toch: dit is de meest actieve vulkaan die we gezien hebben. De poefjes van Arenal (Costa Rica) zijn er niets bij!
De stof- en aswolken dreven naar links en daar zag je na een tijdje een soort schuine strepen in de donkere, sombere lucht. Volgens ons vulkanologisch inzicht was dat het stof dat weer naar beneden kwam.

Read the rest of this entry »

banos centrumWij kwamen vanuit Riobamba Baños binnenrijden. Je rijdt dan door mooie dalen en ziet akkers op berghellingen liggen. Je ziet dan ook meteen dat ze hier niet met oogstmachines enzo rondrijden, want die akkers liggen op zulke steile hellingen, dat je alleen lopend kan oogsten.
Vlakbij Baños krijg je uitzicht op vulkaan Tungurahua van 5016 meter hoog - alleen staat hij met zijn kop in de wolken. De vulkaan is behoorlijk actief (geweest): je rijdt met de bus over een herstelde weg van zwart zand en grond, dat duidelijk als een soort rivier van de vulkaanhelling zakt.
Baños ligt in een kom verscholen: je moet naar het uiteinde van het dorp lopen om een blik op de vulkaan te werpen, en ik vind dat een geruststellende gedachte. Als je de vulkaan niet kan zien, is de lava ook niet meteen in het dorp. Denk ik.

banos uitzcihtDoor de ligging van Baños zijn er dus twee hellingen: links een helling met veel bos, rechts een hogere helling met vooral akkers en bovenop want antennes. De eerste hele dag dat we in Baños waren, hebben we de linkerhelling beklommen.
Dat wil zeggen, we moesten eerst het paadje zien te vinden. Maar toen we dat hadden, ging het goed: lekker steil omhoog, en het uitzicht op de stad werd steeds beter. We hadden ook tegenliggers: scholieren, die blijkbaar als gymles even die helling op en af moesten rennen. Ik ben er nog niet uit wat ik liever zou hebben: dat, of de Coopertest. Zelfs omhoog lopen was al een behoorlijke klus. Maar het uitzicht was wel erg mooi. Bij de eerste stop konden we het hele dorp zien. Achter ons waren wat ‘kassen’ van plastic, die op de hellingen gefabriceerd waren. Een kunstwerkje, want de helling was niet bepaald egaal. Vandaar natuurlijk dat ze van plastic waren, niet van glas. Wat er in stond, kon ik jammergenoeg niet zien.

kassenWe liepen verder naar een hotel/cafe: 300 meter verderop. Maar wel steil omhoog. Grr. Door de bossen weer, en dan ontdek je telkens mooiere bloemetjes. Sommige lijken van fluweel te zijn, andere zijn zo klein dat je je afvraagt of het wel zin heeft. Maar allemaal mooi! Het hotel/cafe bleek ook een spa te zijn (met vulkanisch water enzo), maar het was gesloten. Wij weer verder, wat meer horizontaal richting het grote Mariabeeld dat boven de stad staat. Onderweg joost helptkwamen we een klein mannetje tegen, dat met 5 grote boomstammen aan het sjouwen was: een boertje, dat hier op de helling in een klein huisje woont met zijn hondje en zijn vrouw. Joost heeft hem even geholpen met die boomstammen…

Zo´n Mariabeeld op een helling boven een stad is groot! En wat schetste onze verbazing: vanaf daar konden we met een trap naar beneden. Bijna de hele afstand tot in het dorp was voorzien van een trap. Handig - en ik was blij dat we die niet omhoog hadden gelopen!

Baños zelf is een leuk, maar wel toeristisch stadje. Veel touragencies, die je naar de jungle willen sturen, canoyning, bungyjumpen, of raften willen laten doen. Je kan trouwens ook gewoon fietsen huren, misschien doen we dat nog wel. Er zitten dus ook veel souvenirswinkels, maar de souvenirs hier zijn niet echt verrassend. De meeste heb ik al gezien (en/of gekocht) in Peru of Chili. Ik zie niet echt heel bijzondere dingen die typisch Ecuadoraans zijn. Gelukkig maar, voor de portemonnee :-)

Op de trein

valleiVanuit Cuenca zijn we door een bus gedropt in de buurt van het dorpje Alausi. Aangezien we niet zo´n zin hadden om met onze tassen die steile helling naar het dorp af te lopen, zijn we in een hotelletje aan de Panamericana gaan zitten.

Alausi is een dorpje waar weinig te beleven valt (zeker op zaterdagmiddag, dan is ALLES dicht), maar hier komt de trein naar Sibamba langs. De route naar Sibamba heet “Nariz del Diablo” (neus van de duivel) omdat de rails zo heen en weer slingert langs een diepe vallei. En je mag OP de trein zitten! Lees snel door, foto´s komen later…

Read the rest of this entry »

Van die dingen…

schoenenpoetsenAls je reist, kom je per definitie in aanmerking met andere culturen. Soms culturen met gewoontes en rituelen waar niemand meer iets aan doet, maar altijd met de cultuur van het land dat je bezoekt. Mensen ‘doen’ gewoon anders dan dat jij gewend bent - en meestal is dat geen probleem. Als je reist, stel je tenslotte ook flexibel op en aanvaard je de verschillen juist als interessant en leerzaam. Maar soms…

Read the rest of this entry »

laguna´sEl Cajas is een Nationaal Park dat vlakbij Cuenca ligt en zich uitstrekt ten westen van de stad, over 28.000 hectare. Het is een bijzonder park, omdat het een hoogteverschil heeft tussen 3100 en 4000 meter boven zeeniveau. De naam El Cajas komt uit de taal Cañari, en betekent “toegang tot het hoge, koude gebied”. In het park zijn meer dan 200 laguna’s te vinden - de grootste concentratie meren in een gebied. Daarnaast zijn er diverse ecosystemen: de laguna’s, groot en klein, bossen van polylepis (bomen met een papierachtige bast), bossen in het hooggebergte, wat op deze hoogte erg bijzonder is. Wij hebben twee kleine stukjes van dit uitgestrekte park gezien…

Read the rest of this entry »

ingpaircaIngapirca is dé Inka-ruïne om te bezoeken vanuit Cuenca. Wij besloten lekker zelf met de bus te gaan. Een tour van $40 p.p., dat telt zo stevig door! De bus kostte $2,50 p.p. en deed er 2 uur over. Natuurlijk moesten we regelmatig even stoppen om wat scholieren in te laten stappen, en we reden door alle dorpjes die we tegenkwamen - even een blokje om het park. Maar de huisjes waar de jonge meisjes in werden opgeleid, was hersteld. Je kon de kanaaltjes zien waardoor het water liep, en waar de Inka’s hun uiteindelijk kwamen we bij Ingapirca. De ruïne is mooi opgezet in een klein dal. Er staat een herstelde zonnetempel, en ook een van rituele baden namen.

Ik mag het natuurlijk niet hardop zeggen, maar ondertussen hebben we geen gids meer nodig voor dit soort kleine Inka-sites. We raken aardig bekend met de Quechua-namen voor de verschillende gebouwen, en de zonnetempel vinden we met onze ogen dicht terug. Misschien hebben we nu wel een beetje genoeg Inka-ruïnes gezien…

zonnetempleDe terugweg was wel grappig: aangezien de laatste bus weg was (daar waren we namelijk mee gekomen), moesten we eerst achterin een pickup naar het plaatsje La Tomba. Daar loopt de Panamericana dwars door het dorp en kan je instappen in een van de vele bussen die naar Cuenca gaat. Wij hadden de langzaamste… hij stopte net zo vaak als die op de heenweg, maar deze had wat moeite met de combinatie gaspedaal en koppeling. Jeetje, hoe langzaam kan een bus rijden. En ook deze zat bomvol mensen, zodat ik (wij zaten vooraan) op een gegeven moment weer een kind op schoot had (dat is al vaker gebeurd). Maar we zijn in Cuenca aangekomen, en hadden toch best pret om onze privé-tour.

Koloniaal Cuenca

kathedraalCuenca… wat zal ik er eens over zeggen? Het is een leuke stad, doet een beetje aan Cusco denken. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de overvloed aan koloniale gebouwen die hier in het centrum staan. In Cuenca staan er zelfs zo veel, dat het hele centrum tot cultureel erfgoed is verklaard.
Je vindt hier een nieuwe kathedraal (bouw gestart in 1880) en er tegenover de oude kathedraal (gebouwd door de Spanjaarden in 1567). En op ieder ander blok vind je nog een kerk. Ons hostel zit tegenover een hele mooie spierwitte kerk, La Merced.

Wij hebben onze eigen stadstour uitgestippeld deze keer. Lees verder voor de route…!

Read the rest of this entry »

wereldkaartHet is geen wereldbol meer - hopelijk is dat tijdelijk. Maar we hebben een wereldkaart op de kop getikt voor 3 soles (75 cent) en daar doen we het voorlopig mee, dus de telling gaat gewoon door! Nederland staat ook op de kaart, maar de vorm is twijfelachtig en de hoofdstad is Amsterdan…?!

Op de kaart kun je het grootste stuk van de route zien die we tot nu toe afgelegd hebben. Het lijntje stopt in Tumbes, met de Engelse-drop kerk, en terwijl ik dit schrijf zitten we al in Machala, net in het roze vlekje dat Ecuador heet.
In Tumbes hebben we nog een boottocht gedaan tussen de mangrovebomen en langs een eilandje vol met aalscholvers, reigers en pelikanen. En toen nog een bordje cebiche op het strand… dat was een lekker dagje.

vogelsDe mensen in Tumbes zoeken schelpen bij laag water, de conchas negras. We zagen verschillende mannen tot hun oksels in de blubber staan. Ze kruipen tussen de wortels van de mangrovebomen door op zoek naar de schelpen. In het juiste seizoen vangen ze ook krabben. Alles voor de cebiche!
Diep tussen de mangrovebomen is een soort krokodillenboerderij. Ze fokken hier de amerikaanse krokodil omdat die bijna uitgestorven is, en uiteindelijk moeten deze beestjes uitgezet worden.

Bij de cebiche en gefrituurde vis kregen we trouwens een lekker flesje Inka Kola. Dit is echt de nationale drank van Peru. Een geweldig vies geel uitziend drankje dat het glazuur van je tanden doet springen (maar dat doet gewone cola natuurlijk ook). Het smaakt… nou ja, je kan eraan wennen, maar dat doe ik liever niet. En wat dat betreft was die fles van bijna 2 liter misschien wel een beetje groot. Helaas zag ik dat er op staat dat het geproduceerd wordt in Ecuador, dus de komende twee weken…

Pasen in Peru

In Nederland liggen de paaseitjes vast al zo´n drie maanden in de schappen. Ik zag ze hier twee dagen geleden voor het eerst, 1 klein kartonnen schap in een heeeele grote supermarkt. Niet echt veel eitjes dus, dit jaar…, maar voor jullie allemaal: Vrolijk Pasen!

Ondertussen zitten we alweer in Tumbes, laatste stop in Peru, 30 minuten van de grens. We werden door een man die bij ons in de taxi stapte, bepraat: de grens zou vanavond voor 10 dagen dicht gaan vanwege een staking in Ecuador, dus hij ging ons meteen meenemen naar de migratiepost. Ho ho, wacht even - wij willen naar een hotel. Grens dicht of niet, dat gaan we wel even navragen. En dat deed ik bij de politie, die natuurlijk zei dat er niets aan de hand was, anders dan dat het vandaag (Goede Vrijdag) een feestdag is. Dus wij zitten prima in ons hotel, en gaan mooi een andere dag de grens over - en zeker niet met dat mannetje. Na het incident met de tas is mijn achterdocht weer op een hoog niveau…!

engelsedrop Tumbes heeft een hele mooie kerk, met Engelse drop kleurtjes langs de randen van de torens. Deze is nu helemaal vol, vanwege Goede Vrijdag. Dat is hier de feestdag, er is geen Tweede Paasdag. De kerk is ook ongeveer het enige dat open is, alle winkels, locutorios (telefoonwinkels), restaurants zijn dicht. Alleen de Chinees was open en daar stond de TV op live weergave vanuit Rome, de Paus die daar zijn ding doet. Maar ondertussen had de Chinese baas wel een fikse woordenwisseling met iemand die een factuur had gewild maar niet kreeg, of zoiets.

Gisteren waren we in Mancora, een badplaats. Heel veel surfers, omdat de golven behoorlijk hoog zijn. We hebben dus vanmorgen lekker op het strand gezeten om surfers te kijken. En toen zijn we maar naar Tumbes gegaan, want duiken was niet mogelijk: het regenwater uit de rivieren maakt het zicht te slecht.

Morgen of overmorgen gaan we de grens over en zitten we in Ecuador. De route voor zover gepland: Machala - Cuenca - Riobamba - Banos - Quito - Otavalo. En dan naar de Galapagos!

Updates!

Jep, weer een inhaalslag! Nieuwe posts tussen de kleintjes die er al stonden, vanaf 15 maart. En foto’s naturlijk!

Veel leesplezier, wij gaan weer wat verder naar het Noorden!

Esther & Joost

Adobe en goud

We hebben snel Trujillo verlaten en zitten nu in een lekker hotel (tegenover het politiebureau) in Chiclayo. Het belangrijkste wat je hier kunt bezoeken, is de Señor de Sipán. Het graf van deze meneer (en zijn overgrootvader van moeders zijde) is ongeschonden gevonden door archeologen en bevatte rijkdommen - daar hebben ze een speciaal museum voor gebouwd. Het is te vergelijken met Toetanchammon, zeggen ze.

grafEerst bezochten we de geërodeerde tempels van Sipán, waar het graf gevonden is. Rondom de man, in hetzelfde graf, zijn nog 8 mensen gevonden: zijn vrouw, zijn 2 minnaressen, zijn administratieve ‘minister’, zijn belangrijkste krijgsman, twee soldaten en een 10-jarig jongetje. Deze mensen zijn allen geofferd toen de Señor overleed. Naast het graf zijn andere graven gevonden, van krijgsmannen en een priester. In het graf van de Señor, zijn voorouder en van de priester werd een ongelofelijke rijkdom aangetroffen aan gouden sieraden, keramiek, sieraden van schelpen en nog veel meer.

Al die rijkdom ligt in een museum, waar we alles bekeken hebben. De detaspianils van de oorbellen, neusplaten, schelpenkettingen zijn fantastisch en ongelofelijk. Ze konden echt kunst maken met goud (uit de Amazone), zilver, turquoise (uit Peru), lapis-lazuli (uit Chili) en schelpen (uit Ecuador). Jammergenoeg mag je niets fotograferen en heb ik geen ansichtkaarten gezien, dus ik kan alleen proberen in woorden uit te drukken dat het schitterend was. Zo fijn.
Er zijn een soort kettingen gevonden van bijna een cirkel rond en 30 cm breed,  gemaakt van rijen kraaltjes van schelp - bijna perfect rond. En dan ook nog met mooie vormen en kleuren. Werkelijk fantastisch!

tucumeDaarna hebben we de adobe-stad van Túcume bezocht.  We moesten even klimmen, maar dan zie je echt hoe groot zo’n stad is geweest. Wel zonde dat er door de erosie niet veel meer van over blijft dan wat brokkelende piramides. Maar ook hier zijn ze nog op zoek naar graven, tempels en dingen die beter uitleggen hoe deze cultuur geleefd heeft.

Rond Trujillo kan je ook Huaca de la Luna bezichtigen, een tempel voor de maan, gebouwd door de Mochica-cultuur. Na Chan-chan gisteren, waren we voorbereid op dikke muren en veel adobe-stenen. Maar het gaat hier baas-boven-baas…

schilderingenHuaca de la Luna bestaat uit 5 tempels die over elkaar heen gebouwd zijn. Er wordt een tempel gebouwd en na een periode  van zo’n 50-100 jaar wordt er over deze tempel heen gebouwd - een grotere. En dat gaat een paar eeuwen (de eerste t/m zesde eeuw na Chr) zo door, en dan heb je dus een hele grote tempel. Van de vijfde, grootste tempel is bij Huaca de la Luna niet veel over, door regenerosie en plunderingen (die stomme Spanjaarden weer, en ook wat Peruanen).

Maar na wat nette afgravingen door archeologen troffen ze de muren van de vierde en derde tempel aan. Die zijn versierd met ongelofelijk mooie reliëftekeningen van hun buitnekantbelangrijkste god (die er een beetje afschrikwekkend uit zag, om wat ontzag in te boezemen). Echt bijzonder dat dit allemaal bewaard is gebleven! Er zijn ook een aantal graven gevonden hier met mooi aardewerk. En toen we dachten dat we alles gezien hadden, kregen we de buitenkant van de vierde tempel te zien:  op ieder niveau zijn andere reliëftekeningen gemaakt: krijgers met gevangen, dansende priesters, spinnen, een slang… heel mooi, en ze zijn nog steeds aan het schoonmaken

wereldbolHet was alweer een tijdje geleden, maar hier is hij weer: de wereldbol. En helaas (voorlopig) voor de laatste keer

De wereldbol staat hier op het plein van een van de paleizen in de adobe-stad Chan-chan. Een paleisje van 11 hectare, met een lengte van anderhalve kilometer. De omringende muur heeft maar 1 ingang, en de muren zijn echt heel dik. Dat ze nog staan na zo lang, komt vooral door de manier van plaatsen van adobestenen: in kolommen van een meter of 3 breed. Bij een aardbeving bewegen die langs elkaar en heffen de trillingen op. Dus aardbevingen hadden ze onder de duim. Maar regen - dat was desastreus. Door de eeuwen heen heeft de regen de grootste schade aangericht aan deze gebouwen van klei - want hoe stevig ook, dat zijn het. En af en toe een El Niño-fenomeen waardoor het extra hard regent, helpt niet.

Wij stelden de gids voor om Chan-chan dan maar te overdekken. Het is 20 km2 groot…

En toen…

… was ik mijn tas kwijt. Met fototoestel, horloge en zonnebril. En ook de wereldbol en met prettige hoedje. #$%^&

Na de tour naar Chan-chan zijn we iets gaan eten in een pizzeriaatje. Daar had ik mijn tas op tafel gelegd terwijl ik naar de wc ging. Toen ik terug was, kwam er een man aan een tafeltje tegenover me zitten en opeens viel er een telefoon bij mijn voeten. Wij keken allebei, ik pakte de telefoon - en op dat moment is mijn tas gestolen.

Hoef niet uit te leggen dat we daar ont-zet-tend van balen. Natuurlijk kennen we alle verhalen - nou ja, deze variant met de telefoon was nieuw - en we weten ook dat je je tas niet los op tafel moet leggen. Maar ja. Je doet het een keer anders en net op dat moment loopt er een trio dieven met een kapotte telefoon en een ‘leuk’ idee langs.
’s Avonds zijn we meteen naar de politie gegaan, en de volgende ochtend weer voor een mooie aangifte (geprint op een matrixprinter). Die hebben ook nog eens gezegd dat ik toch wel een beetje stom was, dus ja - ik weet het. De verzekering mag aan de slag…

Ik ben mijn camera dus kwijt en vervangen is hier een beetje moeilijk - ze verkopen nog wel de Canon 350D en ook de 400D, maar alleen met de standaardlens - en die wil ik niet, want ik had een mooie 17-85 mm lens. Na een paar dagen afwegen hebben we besloten een digitale compactcamera te kopen (dat is een Lumix geworden) en te wachten met iets anders tot in de USA. Als iedereen nou even hoopt dat die dollar lekker laag blijft en de verzekering fatsoenlijk uitkeert, koop ik misschien wel een 400D.

Al met al baal ik nog iets minder van het toestel (waar gelukkig niet veel foto’s op stonden) dan van de wereldbol, de geweven tas uit Chili (zie deze foto) en de geweven band van een eiland uit het Titicacameer die ik aan het fototoestel had bevestigd. En o ja, zonder zonnebril kan je hier niet buiten zijn, dus ik ben aan nummer 3 van deze reis begonnen…

Kortom, balen en verder gaan…

Nieuwe culturen

Hier in Trujillo (en verder naar het Noorden) hebben de oude culturen andere sporen achtergelaten dan de Inka’s en de Nazca’s in het Zuiden. Die bouwden met stenen, dus die gebouwen zijn prima terug te vinden (als je wat bomen weghaalt). Maar de Mochica’s, Chimu en Sican culturen (o.a.) bouwden met adobe, zoals nu nog gebeurt in de warme gebieden. Het is een mengel van zand, schelpen, riet, guano (vogelpoep) en ze maken er stenen van (zo’n 40×40x20 cm) die ze op elkaar stapelen.

arco irisBij Trujillo zagen we eerst de Huaca Arco Iris, een tempel voor de regenboog-god. Hele dikke muren - allemaal gemaakt van de op elkaar ‘gemetselde’ adobe-stenen. In de buiten- en binnenmuren zijn fantastisch knappe reliëftekeningen gemaakt; in dit geval natuurlijk met regenbogen en diverse goden. Deze tempel is uit de Chimu-cultuur (rond 1200 na Chr) en die Chimu hadden het wel slim bekeken, de elite dan. Die lieten de bevolking hun beste producten inleveren als offer aan de goden, zodat er regen komt, maar tegelijk als belasting.

Daarvan zagen we het voorbeeld in Chan-chan, de grootste stad van adobe: 20 km2 met adobe muren, ongelofelijk. Er staan 9 paleizen, waarvan we de op één na kleinste hebben bekeken. Deze heeft een buitenmuur van zes meter dik aan de basis, en een oppervlakte van 11 hectare. Ik herhaal: dit is bijna het kleinste paleis! We hebben er dik een uur gelopen. Er zijn drie pleinen, en op het eerste kon de bevolking hun producten inleveren (zie foto). Verder paleis pleinnaar achteren (er zat maar één deur in de hele muur die het paleis omringt) komen dan de ‘belastingkantoren‘ met een ingenieus visgraatvormig airconditioningsysteem. Want adobe is leuk, maar het houdt wel de warmte vast. En regen heb je hier nauwelijks… (vandaar dat de adobe-gebouwen uberhaupt nog niet helemaal weggeregend zijn). Helemaal achterin ligt de hoofdbewoner (’koning’) van het paleis begraven, begeleid door zijn trouwe ministers, dienaren, vrouw, krijgsmannen… Zij werden gedrogeerd met cactusdrank en na hun dood met hem begraven. De volgende koning kon zo met een schone lei (een eigen, nieuw paleis, nieuwe ministers, dienaren etc) beginnen.

Dit was een indrukwekkend bezoek. De muren zijn gedeeltelijk gerestaureerd, maar niet helemaal. Af en toe moet je er wat meters bovenop denken. Maar er zijn ook genoeg muren waarop de mooie reliëfs nog te zien zijn: de vissen en pelicanen bijvoorbeeld, schitterend. Het is dus heel anders dan zuid-Peru, maar zeker zo mooi!

In de grote stad

limaNa een hele tijd reizen waren we eindelijk weer in ‘de grote stad’, Lima. Het hotel zat aan de kust, in de wijk Miraflores. Prima, want dichtbij een kleine mall met uitzicht op het strand vanaf een klif. We hebben natuurlijk ook het centrum van Lima bekeken: grote kerken, de kathedraal en diverse kloosters. Omdat we inmiddels in de gaten hadden dat we toch wel moeten doorreizen als we in Ecuador ook nog iets willen zien, hebben we het centrum verder gelaten voor wat het is.

De tweede dag hebben we wel nog een pakket verstuurd. Dat heeft wat voeten in de aarde: eerst moet je weten wat je gaat versturen, dan heb je een doos nodig. Deze keer vonden we die in een supermarkt, de vorige keer in een libreria (kantoorboekhandeltje). Dan moet je dus weer terug naar je hotel om alles in te pakken, en de doos zelf ook in te pakken. Dan adresseren en met de hele handel naar het postkantoor. In Arica moest ik daar de doos weer openmaken voor de douane (heb je net een kilometer plastic erom gedraaid, kan je sanderweer beginnen…), in Lima gelukkig niet. Bij de post vul je een formuliertje in dat 4 keer moet doordrukken, en dan lever je een kopie van je paspoort in en moet je ook nog je vingerafdruk erop zetten. Dan betalen en ein-de-lijk kan het weg. Daar ben je dus een uur of drie, vier mee bezig als het tegenzit.

Afijn - we hebben ook nog onze vrienden Florence en Sander een déja-vu bezorgd door foto’s te maken op dezelfde plaatsen waar zij een jaar of 4 geleden waren, dat was erg grappig om te doen :-)

En dat was Lima. Het leukste detail in Lima: de hotelkraan. Die wil ik ook!

ballestasVanuit het dorpje Paracas, waar we een hotelkamer hebben met zee-geluid, hebben we een boottour gedaan naar Islas Ballestas. Dit zijn om verschillende redenen bijzondere eilanden. Ten eerste zitten er honderdduizenden vogels. Of meer. Humboldt pinguins, pelikanen, diverse soorten aalscholvers en sternen (waarvan de Inkastern de mooiste en meest speciale is). Ten tweede poepen die beesten dat het een lieve lust is. En al die poep verzamelt zich op de rotsen (ooit 3 meter hoog), en wordt eens in de zeven jaar afgeschraapt om als meest perfecte kunstmest te worden verkocht.
Ten derde is het gewoon een mooie rotspartij in zee, met doorkijkjes en tunnels. Ten vierde wonen daar honderden zeeleeuwen: mannetjes, vrouwtjes en nu ook kleine hummels van zo’n 2 meter lang. En ten vijfde is het leuk om te kijken hoeveel geluk je hebt - kan je daar een uurtje rondvaren zonder een kwak guano op je hoofd te krijgen?

vogelsDat zijn dus de Islas Ballestas in een notedop. De reden dat hier zo ontzettend veel dieren zijn, is natuurlijk dat er ook heel veel vis (en wel ansjovis) zit. Dat heeft dan weer te maken met de Humboldt-stroming, die vanuit Antarctica hierheen stroomt - en die tevens een van de redenen is dat er hier zo weinig regen valt (1,68 mm per jaar) en de bijna hele kust van Peru dus woestijn is. Maar dat is wel heel biotechnische informatie…

vogelsWij zagen gewoon wit gepoepte rotsen met HEEL VEEL vogels, zo veel dat het er letterlijk zwart van zag. Van dichtbij zagen we de knappe inkastern: donker, met een witte veer achter het oog, een soort oorbel. Ook aalscholvers met rode poten en snavel, en boobies met witte koppen, pelikanen die zo mooi over het water zweven, en wat pinguins met jongen.
Maar de zeeleeuwen wonnen het. Wat een herrie maken die! Ze schreeuwen wat af. Jongen roepen om moeders en andersom, en de vaders schreeuwe het hardst om hun territorium te verdedigen. Op sommige plekken zaten er zo veel, dat je ze over elkaar heen zag klimmen. Schitterend!

En ja, we hadden geluk: van al die duizenden vogels heeft er geen eentje op ons hoofd guano achtergelaten! kathedraal

Naast Islas Ballestas kan je hier ook het woestijnachtige schiereiland van Paracas bekijken. Waar wij nieuwsgierig naar waren, was de rotsformatie El Cathedral. Onze vrienden hebben die voor de aardbeving gezien (en wij hun foto’s) - en tijdens de aardbeving is deze ingestort. Inderdaad was het echt kathedraal-achtige er een beetje af. De grote ‘tunnel’ die (volgens mij) het schip voorstelde, is ingestort. Het ‘grappige’ is, dat je op de ‘voor’-foto de scheur eigenlijk al kan zien zitten. Niettemin blijft het een mooi uitzichtspunt! (Klik voor de voor- en na-foto)

woestijnOp het schiereiland hebben we mooie woestijnlandschappen gezien, heel apart, zo vlak aan zee met al dat water. En we hebben verse vis gegeten in een klein haventje. Lekker! Terug in Paracas genieten we van het strand en de kleine restaurantjes langs de ietwat gehavende boulevard. De pelikanen zweven langs en het zonnetje schijnt…

Vanuit Nazca zijn we eerst naar Ica gegaan. Een gezellige grote stad, met een groot, 10 dagen durend festijn ter gelegenheid van ‘de druif’. En dan met name de druif waar ze hier pisco van maken, de nationale alcoholische drank, en wijn.
Het festival leek meer op een kermis met een mini-draaimolen van twijfelachtige draai-kracht, tientallen tafelvoetbaltafels, een soort gokspelletjes, vlees van barbecues en dergelijke. Maar er waren ook tientallen kraampjes waar de bodega’s uit de omtrek vertegenwoordigd waren. Zij lieten hun wijnen, pisco’s en cachina zien en proeven. Cachina is een roze-achtig bijproduct van de wijnproductie en smaakt naar een sterk drankje met een wijnsmaak. Beetje bijzonder dus. Met een flesje cachina in de hand hebben we het concert van de ‘no-se-quien-y-no-se-cuandos’afgewacht (vrij vertaald: de ‘ik-weet-niet-wie-en-niet-wanneers’), maar toen die begonnen te spelen was die cachina ineens erg snel op - het was geen succes…

ingestortIca is, net als Pisco, getroffen door de aardbeving op 15 augustus 2007. Deze vernielde voornamelijk Pisco, maar Ica kwam er niet onbeschadigd vanaf. Hier en daar zijn huizenblokken gewoon weg en ligt het kale beton open, blijkbaar wachtend op nieuwe bebouwing. Ook de koepel van een kerk ligt voor een deel open en is duidelijk nog kapot. Dit zijn toch wel rare dingen om te zien.
In Pisco is dat nog veel erger. In dit dorp zijn vele huizenblokken weggeslagen. De meeste troep is nu opgeruimd, maar slechts hier en daar wordt opnieuw gebouwd. Er staan wel veel kleine houten huisjes - noodoplossingen voor de bewoners van ingestortte huizen. Een taxichauffeur vertelde ons het volgende over de aardbeving:

Het begon tegen zessen ’s middags en duurde 3 minuten en 4 seconden. Ik bracht net de koffers van een echtpaar in een hotel en kon de kamer eigenlijk niet uit. Het schudde alle kanten op en je kon niet op je benen blijven staan. Het licht viel ook vrijwel direct uit.
Veel scholen zijn vernield, maar gelukkig waren de klassen al uit. Ook de kathedraal is volledig verwoest, daar vielen wel doden bij, net als een hotel van zeven verdiepingen - kijk, dat stond hier (er is een stratenblok volledig leeg, geen bebouwing of rommel). Hier is het strand: na 25 minuten was er een tsunami die veel huisjes van klei en bamboe heeft weggespoeld.

schip kathedraalDat was toch wel een indrukwekkend verhaal. Als je door dit stadje loopt, voel je je aan de ene kant een beetje een ramptoerist. Er is geen stratenblok dat niet beschadigd is: soms staat er nog één huis, daarnaast ligt of lag alles in puin. Ook aan de Plaza de Armas staan nog ruïnes van huizen of hotels, maar daar wordt ook alweer gebouwd. De torens van de kathedraal staan echter nog zielig alleen. Tussen de torens, op de plek van het schip, is een groene ‘partytent’ opgezet, zodat de missen weer op de juiste plek gegeven kunnen worden (zie foto). Maar een half jaar na dato blijkt dat er nog wel heel veel moet gebeuren.
Wat ons wel opvalt is dat iedereen ons hier vriendelijk groet (er zijn niet zo veel loslopende toeristen) én dat dit de eerste plaats in Peru is waar nog niemand om geld gebedeld heeft: iedereen is toch wel hard aan het werk.
‘Gelukkig’ regent het hier in Pisco nauwelijks, dus veel mensen kúnnen zonder echt dak boven hun hoofd leven, maar dat is natuurlijk niet zoals het hoort te zijn. En ‘gelukkig’ lijkt zo’n aardbeving als deze maar eens in de 30 jaar voor te komen. Waarschijnlijk is Pisco zo rond 2037 de aardbeving uit 2007 net te boven…

Als je op reis bent, heb je wel eens van die momenten dat je ‘gevangen’ zit in een bus, voor een uur of zestien. Of dat je een dagje even nietsdoet, maar wel alle vier je boeken uitgelezen hebt. Of dat je vriend achter de laptop zitten te programmeren in geheimzinnige talen. En dat je dan wel eens iets ánders wilt doen.

dekentjeGelukkig heb ik een haaknaald bij me. Mijn bolletje katoen uit Nederland is al op, omgetoverd in bloemetjes. In Salta (Ar) heb ik toen twee bolletjes katoen gekocht: creme en gekleurd, en op internet vond ik een aardig patroontje. Dus ik ben vierkantjes gaan haken. Tijdens lange busreizen, rustige middagen en avonden, zo tussendoor. En dat werd wel leuk eigenlijk - en toen was de katoen op!
Ondertussen waren we in Arica (Chili) aangekomen, en daar hadden ze natuurlijk niet dezelfde katoen als in Salta. Dan maar een iets ander kleurtje - en ik kon weer verder. Uiteindelijk was het dekentje af toen we een middagje ‘thuis’ zaten in Puno (Peru). Een internationaal dekentje dus, en het is nu onderweg naar Nederland! (er is ook nog een detail te zien)

En o ja, toen vond ik een winkel die bolletjes alpacawol verkocht… dus nu ben ik weer begonnen met de vierkantjes: deze keer wordt het een sjaaltje, van 100% alpacawol. Lekker warm!

Vliegen!

mensfiguur palpaDie lijnen van Nazca. Sommige zijn zo lang dat je ze aan de horizon ziet verdwijnen. Andere zijn gemaakt in de vorm van mooie figuren. Soms zijn het vlakken: driehoeken of rechthoeken. En niemand weet zeker waarom ze gemaakt zijn, laat staan hoe.

We hebben diverse video’s en presentaties gezien en er zijn een aantal mogelijkheden:
1. Het waren buitenaardse wezens die met hun ruimteschepen een landingsbaan maakten (Erich von Däniken)
2. Het waren astronomische figuren die wezen naar het opkomen en ondergaan van de sterren en de zon (Maria Reiche)
3. Het waren ‘gebeden’ aan de goden, om toch vooral een keer voor regen te zorgen in deze droge gebieden.

Read the rest of this entry »

De rit van Cusco (hoog in de bergen, 3300 meter) naar Nazca (50 km van de kust, 600 meter hoog) is een lange. Wij namen een bus overdag, waardoor we zagen dat we door prachtige valleien reden, toen weer met 30 haarspeldbochten omhoog gingen naar de hoogvlakten van de Andes, waar de kuddes alpaca’s grazen. En nog meer kuddes alpaca’s. En nog meer. Na uren lang rijden gingen we weer met haarspeldbochten omhoog, nog een hoogvlakte, nu bedekt met nevel bij de zonsondergang. Om 20:00 ’s avonds bleken we niet in Nazca, maar in een klein bergdorpje te zitten - we moesten nog eens 4 uur rijden, nu naar beneden. De bergen werden steeds kaler, woestijnachtiger (voor zover we dat in het lamplicht van de bus konden zien) en toen waren we, na een rit van zestien uur, om 12:00 ’s nachts in Nazca.

Nazca is vooral bekend om de mysterieuze lijnen, maar natuurlijk is er meer te zien. Wij bezochten Chauchilla, een begraafplaats uit de Nasca-cultuur. Veel van deze ondergrondse graven zijn uitgegraven door grafrovers, maar een aantal zijn bewaard gebleven. Die zijn nu ook open, maar je kunt daarin zien hoe de mummies en hun offergaven bewaard zijn gebleven. Een beetje raar is het wel.
De bergen om deze begraafplaats bevatten allerlei mineralen, en daar zit ook goud in. Bij een kleine werkplaats kregen we uitleg over hoe ze het goud uit de rotsen halen. Uit 60 kilogram rotsen halen ze 1 gram goud - en dat is een hoop werk: eerst alles tot poeder vermalen, en dan in een soort wip / vijzel wordt er kwik en water bij het poeder gedaan. Het kwik hecht zich dan aan het goudpoeder. Vervolgens wordt dat amalgaan verhit: het kwik wordt weer vloeibaar en je houdt goud over. Een heel bewerkelijk proces, en kwik is nou ook niet zo’n gezond materiaal…

kermaiekWe zijn ook naar een werkplaats voor keramiek geweest. De man die het uitlegde, bewerkt de klei op de manier zoals de oude Nazca’s dat ook deden. Na het kleien van een potje met twee tuiten (de typische potjes van hier) en het drogen, beschildert hij ze met vermalen mineralen: rood, creme, bruin: allemaal natuurlijke kleuren, maar van stenen dus. Vermengd met water wordt het een verf, die hij met een kwastje met haar van een 1-jarige baby opbrengt. Daarna wordt het gebakken in een oventje: een nacht lang, 900 graden. En dan zit die verf er voor altijd op. Zo lang, dat ze nu in de Nazca-lijnen nog scherven vinden die er mooi uitzien. En dat is dus zo’n 2000 jaar oud!

Nazca zelf is maar een dorpje, en het leeft van het toerisme, met name het vliegen over de lijnen. Dat gingen wij dus ook doen