(foto’s volgen) Cairns is een leuk stadje, maar wij hebben snel geregeld wat we wilden: een live-aboard. Maar die vertrok pas een week later en dus hadden we een week ‘over’. Die hebben we goed gebruikt door te oefenen met het reizen (rijden) met een campervan. Met de laatste Toyota Hiace (met hoog dak) die nog beschikbaar was, zijn we het achterland van Cairns in gereden. Het was verrassend groen, met mooie kusten, hoge bergen en… regen. Lees verder voor het verhaal over Cape Tribulation, Lake Tinaroo, Ravenshoe en Atherton.
De kust ten Noorden van Cairns
De eerste dagen zijn we naar het Noorden gereden - tot de weg (voor onze campervan) ophield - en dat was Cape Tribulation. De eerste dag moesten natuurlijk even de camper inrichten: waar laat je twee grote rugzakken, een aantal tasjes met boodschappen (in combinatie met de mini-koelkast), nog twee kleine rugzakken en het bijgeleverde beddengoed. Maar daar kwamen we uit, net als hoe je een zitkamer met open keuken omtovert tot een knusse slaapkamer.
Onderweg zijn we vaak langs de kust gestopt: ruige kust, met rotsen en golfjes op een grijze zee. Niet echt het blauw van het Barrière Rif, maar meer Noordzee-grijs.
Cape Tribulation is een grote rotspunt met groene bomen, en een heel breed strand. James Cook is hier ooit geland, dus dat is echte Australische geschiedenis. Wij vonden het vooral een mooi strand. We waren ook op zoek nar de cassowaries, grote struisvogelachtige vogels die hier zeldzaam zijn. Ik denk dat er meer waarschuwingsbordjes langs de weg staan dan dat er nog van die vogels rondlopen.
Tableland
Omdat we zonder 4WD niet verder naar het noorden konden, zijn we richting het Tableland gegaan - een hoog gebied van rond de 1000 meter achter Cairns. Ondertussen zagen we allerlei landschappen en we zijn vaak uitgestapt voor een korte wandeling. Door mangroves, regenwoud, wetlands… Door de wetlands van Mareeba zijn we gaan kanoën, dat was ook leuk. We hebben rotswallabies gevoerd en grote groepen krijsende kakatoes gezien.
In het Tableland is nog verrassend veel regenwoud te vinden. Dus ook hier reden genoeg om wandelingen te maken. Op een van die wandelingen leerden we over de ’stinging tree’ - een boom met heel veel naaldjes die je steken kan als een kwal. Gelukkig weten we nu hoe die eruit ziet. Van de i-ii-iii-tjoep-vogel kunnen we dat helaas niet zeggen. Die hebben we regelmatig gehoord, maar hoe hij heet of eruit ziet, blijft nog een raadsel.
’s Avonds zochten we telkens een plek op met andere campervans. Dat hoeft hier niet altijd een camping te zijn. Er zijn ook Rest Areas waar wc’s en douches zijn, die je voor een donatie van een paar dollar mag gebruiken. Een van die Rest Area’s, in Ravenshoe, hebben we twee keer gebruikt, maar die was dan ook wel heel mooi: er stond een netjes onderhouden stoomtreintje op, compleet met wagons. Nacht 1: uitzicht op de loc, nacht 2: direct naast de wagons. Jammergenoeg reed de trein alleen op zondag.
In het dorpje Herberton hebben we wat geleerd over de mijngeschiedenis van deze omgeving. Er is hier tot 1944 tin gewonnen. De apparaten die ze toen gebruikten (zoals stoommachines en hefwielen) staan er allemaal nog, zij het in verroeste vorm, verspreid in het eucalyptusbos.
We hebben ook twee stuwmeren gezien: Lake Tinaroo en Lake Koobooloomba. In de eerste kan je ook goed vissen, naar het schijnt. Aangezien ze hier water, bergen, en regenwouden hebben, zijn er ook diverse mooie watervallen te zien. Erg groot zijn ze niet, maar dat heeft te maken met het droge seizoen. En daar zijn we blij mee, want we zijn regelmatig door een ‘floodroad’ gereden: waar de weg laag over een kreekje heen gaat. Daar staat dan een indicator van een meter hoog bij, die aangeeft hoe hoog het water zou kunnen staan. Met ons campertje - liever gewoon het droge seizoen!
En zo droog was het eigenlijk niet, maar dat zal met het REGENwoud te maken hebben. Drie dagen hebben we miezerige regen gehad. Nu we weer in het laagland aan de kust zijn, trekt het een beetje bij.
Al met al een mooi weekje, en het landschap is echt een aanrader voor als je iets anders wilt zien dan het strand-stadje Cairns. Het leven in en met een camper gaat goed, al hebben we een klein boodschappenlijstje voor degene die we in Darwin gaan huren: stoeltjes voor buiten, een afwasteiltje… En zolang slechts 1 van ons staat in de auto, gaat dat ook goed. Met z’n tweeën staan én iets doen, dat gaat niet echt. Voor de iPod hebben we een mooi apparaatje dat via de autoradio onze muziek laat horen (dat is echt geweldig!). Fototoestellen liggen constant binnen bereik, en af en toe nemen we een ‘powered site’ op een camping om wat batterijen op te laden
Gaat helemaal goed!
No comments
Comments feed for this article