Vandaag zijn we naar de Wildlife dierentuin in Darling Harbour geweest. Een soort dierentuin, maar puur van Australische vogels, vlinders, insekten en koala’s. De vogels waren mooi: er leven hier heel veel soorten papegaaien, en die zijn altijd mooi natuurlijk. Ze waren zo nieuwsgierig dat twee durfals gewoon over Joost heen liepen. We zagen ook de rare currasow: die heeft een soort hoornen hoed op z’n kop, niet om mee te vechten, maar om de blaadjes van het regenwoud uit z’n ogen te houden. De vlinders zijn ook mooi: weer anders dan in Costa Rica, maar sommige zijn net zo blauw als de grote die je daar hebt.
Toen de insekten… hele lange duizend- en miljoenpoten, reuzegrote spinnen die niets doen, superkleine bolspinnetjes die supergiftig zijn, schorpioenen… De enige die ik echt leuk vond, waren de wandelende takken. Dacht je dat je een grote zag van 5 cm, bleek dat een poot van eentje van 20 cm te zijn. En een lijf van zeker 1 cm doorsnede. Echt supergroot en heel bijzonder.
De sectie slangen was ook niet echt motiverend voor een lange kampeervakantie hier. Na die giftige spinnen (die je vaak op campingtoilletten aan schijnt te treffen), zagen we dat de gebieden
waarin een giftige slangensoort voorkomt, precies overlappen - zodat heel Australië gedekt is door deze jongens. Gelukkig zijn de meeste slangen erg schuw, dus in principe zou het geen probleem moeten zijn. Maar toch… kamperen?
Alle nare gedachten vergaten we echter toen we bij de koala’s kwamen. In Nederland heb je er alleen pluche versies van, maar dat maakt niet uit, want in het echt zijn ze net zo lief - en ze bewegen
Ze slapen heel veel en anders eten ze eucalyptusblaadjes. Maar zelfs als ze slapen zien ze er leuk uit. Hangen een beetje in de takken en strekken af en toe een pootje uit. En met die pluizige oortjes en zwarte kraaloogjes… lief! Onder een boom met koala’s wil ik best kamperen!
No comments
Comments feed for this article