Op woensdag 23 april begon onze cruise langs de Galápagoseilanden met een verassende mededeling: we zouden niet ’s morgens al beginnen met een bezoek aan de hooglanden, maar pas ’s middags met een bezoek aan het Charles Darwin Onderzoeksstation. De reden: de boot was een beetje later dan verwacht. Dat was jammer, want we wilden graag naar de hooglanden: daar lopen de reuze-landschildpadden nog vrij rond. Gelukkig zijn wij niet voor een gat te vangen, en we regelden een taxitour.
Eerst reden we de bergen van Santa Cruz in, naar El Chato. Daar gingen we ‘op jacht’ naar de landschildpadden (ze lopen immers vrij rond!). We vonden er eentje die net uit een vijvertje was gekomen: hij/zij had een mooie rand van kroos. Wat een beesten zijn dat, zeg! Wel 50, 60 cm hoog, en een poten - niet normaal. Daar is Jurassic Park niets bij. Deze jongen had zijn hoofd diep weggetrokken onder het schild, zodat we ‘m alleen een beetje hoorden blazen. Later vonden we een grote jongen die lekkere passievruchten aan het eten was. Zijn mond zat onder het roze-rode vruchtvlees, erg grappig. En tot slot was er nog een vrouwtje, een jong beest van ongeveer 50 jaar - ze kunnen wel 150 jaar worden, deze dieren!
Vervolgens bezochten we een tunnel die door een ondergrondse vulkaanuitbarsting gevormd was: de lava zie je dan nog in de tunnel zitten, helemaal versteend. Beetje spannend, maar de vulkanen op dít eiland zijn niet meer actief. Dat zagen we iets verderop, waar je in de twee belangrijkste kraters van Santa Cruz kunt kijken. Volledig begroeid, ook ín de kraters. De kraters zijn zo’n 100-150 meter diep. We zagen er vooral veel vogeltjes: Darwin heeft hier allerlei soort vinken gevonden.
’s Middags, nadat we onze mede-cruisers en de gids ontmoetten, zijn we naar het Charles Darwin Centrum gegaan. Daar onderzoeken ze het leven op de eilanden, en ze hebben een fokprogramma opgezet voor de landschildpadden van alle eilanden en de landleguanen. Je kan daar dus langs hokken vol schildpadjes lopen - ze blijven 10 jaar in het centrum voor ze uitgezet worden. Op ieder bord hangt een bordje met de naam van het eiland waar de schildpadden thuis horen. Ieder eiland heeft namelijk zijn eigen soort: iets andere schilden, iets andere tekening op de schilden. Darwin heeft mede op dit feit (dat ook zo voorkomt bij vinken) zijn evolutietheorie gebaseerd. Er is één heel zielige schildpad, Lonely George. Die komt van het eiland Pinta en is de enige overgebleven schildpad van dat eiland: zijn soort is dus eigenlijk al uitgestorven. Lonely George vertikt het ook om met vrouwtjes van andere eilanden aan de rol te gaan, dus hij helpt niet echt mee…
Op een aantal eilanden komen leguanen voor op het land (er zijn ook zee-iguanas). In het Charles Darwin Centrum lagen een paar grote leguanen, wel bijna 70, 80 centimeter lang. Ze hadden een mooie, geelachtige kleur. Maar verder blijven het maar rare beesten…
Dus dat was onze kennismaking met de dino’s van de Galápagos!
No comments
Comments feed for this article