Echt, als je een souvenir uit Zuid-Amerika wilt hebben (en niet al te specifiek uit één bepaalde regio), dan moet je naar Otavalo komen. Dit flinke dorp, 2,5 uur ten Noorden van Quito (ja, op het noordelijk halfrond dus!) heeft echt álle souvenirs die je in de zuidelijke helft van dit continent kunt kopen, verzameld in tientallen winkeltjes en één grote markt.
Truien van alpacawol: duizenden, in alle kleuren. Wil je een tas van die kleurrijke geweven stof die de vrouwen in Bolivia op hun rug binden: een hele winkel vol, bomvol. Alpaca-haardkleedjes? Kom maar halen - dat hier geen alpaca te vinden is, moet je maar op de koop toe nemen. Hangmatten - in alle kleuren van de regenboog (overigens lijkt dit echt iets uit deze omgeving te zijn). Geborduurde tafelkleden, blousen, rokken - ook hier te vinden. Het is bijna niet leuk meer - dat je heel Zuid-Amerika hebt doorgereisd, mooie souvenirs hebt uitgezocht en nu, op je laatste Zuidamerikaanse bestemming, zie je alles weer terug. Zo van: je had ook hier meteen alles kunnen kopen.
Wij hebben vanuit onze hotelkamer direct uitzicht op de markt. ’s Ochtends om half zeven (iedere dag!) komen de eerste handelaren aan: mega-grote zakken vol met textiel dragen ze op hun hoofd naar hun plekje, waar ze eerst hun kraampje moeten opzetten. Zo rond 9:00 staat iedereen er, en om een uur of 16:00 beginnen de eerste die mega-grote zakken weer in te pakken - om 21:00 is iedereen weg en is het plein weer leeg. Om de volgende ochtend weer te vullen met blauwe dekzeilen en kleurrijke textielen.

En tussen alle souvenirs-die-je-al-lang-kent is toch nog wel iets typisch Otavalo’s te ontdekken. De vrouwen lopen hier allen in lange, zwarte overslagrokken en dragen witte, kanten blousen die voorzien zijn van handgeborduurde bloemetjes. En daar wordt dan een zwarte sjaal omheen geknoopt. De rokken worden om het middel vastgebonden met geweven (goedkope) of geborduurde (dure) banden, zo’n 5 cm
breed (dat zijn die leuke, typische souvenirs uit dit gebied!) en ze hebben diverse kettingen met gouden kraaltjes om hun nek. Het wordt door jong en oud gedragen, dus er zijn ook diverse winkeltjes waar ze tientallen blousen hebben hangen. In een van de straatjes is zelfs een klein marktje met juist deze kleding en accesoires.
En vandaag was het zaterdag, de echte marktdag. In de vroege ochtend was het al een geroezemoes, en toen ik om 7:15 uit het raam keek, stond het volledige plein al vol, evenals de straat voor ons hotel langs en de straat naar de kerk. Behalve souvenirs waren er nu ook de gewone marktwaar: alle soorten maïs, bonen, bloem, groente, fruit, bolletjes katoen in alle kleuren, zelfgebakken brood, versgeroosterd varken, kaalgeplukte kippen, noem maar op.
Om 9:00 waren zo’n beetje alle kraampjes opgebouwd en zijn Joost en ik rondjes gaan lopen. Het is een geweldig gezicht: alle locale mensen, van alle leeftijden, lopen in hun mooie kleding met vanalles te sjouwen: van kippen tot grote pakken die ze op hun rug binden. Werkelijk vanalles is er hier te koop - ik kom echt woorden te kort om het te beschrijven (kijk maar naar de foto’s).
We zijn ook naar de dierenmarkt geweest, die net buiten het dorp plaatsvindt. Daar loop je lekker in de blub (en wat dies meer zij) tussen mensen die varkens, biggetjes, lammetjes, schapen, of een stevige koe of stier aan een touw hebben. En hup, een kalf wordt zo in een vrachtwagentje getrokken!
We hebben tot een uur of 2 ’s middags over de markt gelopen (en natuurlijk veel foto’s geschoten). Je blijft je ogen uitkijken. Oke, we hebben nog wat souvenirtjes gekocht… Rond die tijd begonnen hier en daar de eerste kraampjes in te pakken. Het aantal toeristen was nog niet afgenomen - er waren er duidelijk veel meer op pad dan de afgelopen dagen.
Deze zaterdag is duidelijk ‘van’ de locale mensen; het is hun markt. Je ziet ook dat er mensen uit andere dorpjes hierheen komen voor de handel: zij hebben een andere poncho of rok aan. Otavalo is een klein gekkenhuis, maar wel erg leuk. Nu, rond 18:00, is het meeste afgebroken, alleen de souvenirkramen staan nog overeind. En in de verte hoor ik alweer het irritante, constant herhaalde melodietje van de vuilniswagen die eraan komt (het lijkt het meest op een kindermobiel met een krakkemikkig muziekje).
Wij blijven nog een nachtje hier en gaan morgen terug naar Quito. En dan vliegen we op dinsdag naar de Galapagos-eilanden!
No comments
Comments feed for this article