Baños heeft zijn naam te danken aan de warmwaterbaden, met water dat rechtstreeks van de vulkaan komt. In het bad waar wij even geweekt hebben, waren twee baden: eentje was lekker warm en had een heel vies kleurtje. Ongetwijfeld kwam dat door de ontzettend gezonde mineralen en rare stofjes die erin zaten. Deze hingen volledig gespecificeerd boven het zwembad, maar voor mij kwam het erop neer dat mijn witte bikini bij thuiskomst poepiebruin was. Gelukkig wel uit te spoelen, maar toch - geeft een beetje een raar beeld. Het bad waar wij niet in zijn geweest, was ook zo’n geel-bruinig kleurtje, maar dit kwam écht rechtstreeks uit de aswolken uitstotende vulkaan. Het moet zeker 50 graden geweest zijn - meer dan een teen kreeg ik er niet in.
Baños heet officieel Baños de Agua Santa (heilig water) en daarbij hoort ook een heilige - natuurlijk. De Virgen de Agua Santa heeft al heel wat wonderen op haar naam staan. Een (groot) aantal van deze zijn geschilderd op een doek van zo’n 3 meter breed en die hangen in de kerk van Baños. Heel bijzonder om te zien; meestal werden de mensen gered nadat ze op momenten van nood (met de auto in een ravijn vallen, bedolven worden onder lava, in een vuurzee geraken) uitriepen “Ayuda, Virgen de Agua Santa” of iets in die richting. En dan kwam ze helpen…
We hebben ook de dierentuin ontdekt. Die ligt op een bijzondere locatie: een soort rotspunt waarlangs aan beide kanten water stroomt (maar dan wel zo’n 100 meter lager). Je moet dus een beetje klimmen om bij de kooien te komen, maar je kan de jaguars, puma’s en condors ook van boven bekijken. De vogelsectie was erg mooi: de papegaaien waren goed vertegenwoordigd - die plukken ze hier zo uit het Amazone-gebied natuurlijk. We hebben nu de jaguar en de puma gezien, waarvan we al diverse keren gehoord hebben dat die “hier leven, maar nooit te zien zijn”. En erg leuk waren ook de slingeraapjes en de Andes-beren. Er lagen ook 3 Galapagos-schildpadden; ik hoop dat die iets meer bewegen als we hen straks in hun eigen leefomgeving zien!
In het dal dat je binnengaat als je Baños verlaat, zijn heel wat watervallen te zien. Natuurlijk: hoge bergen, diepe dalen: dat water moet ergens heen! De meest indrukwekkende was de cascada Pailón del Diablo, ofwel de kookpot van de duivel. Een hoge waterval stort met veel macht en kracht in een ronde ‘pot’ en valt dan nog een stuk naar beneden. In die kookpot is het een lawaai van jewelste; je hoort een diep gedreun en dan al dat water dat opspat. Onze taxichauffeur wist ook nog het gezicht van de duivel aan te wijzen in de rotsen. De duivel kijkt als het ware in de kookpot. Hoezeer dat van je fantasie afhangt, blijkt wel uit het feit dat ik een ander gezicht zag dan de taxichauffeur, en Joost zag helemaal geen gezicht…
Een andere waterval hebben we van bovenaf bekeken, door er via een tarabita overheen te gaan. Dat is een soort kabelbaantje met een karretje eraan. Brr - zeker als je net bungy-jumpers hebt gezien. Maar hier mag je gewoon in blijven staan en ‘rustig’ van de waterval genieten!
Zo hebben we wel zes dagen in Baños doorgebracht: een leuk dorpje dat op zondag helemaal tot leven komt, omdat er dan markt is. Dan zie je mensen uit de omliggende dorpjes rondlopen met grote manden en zakken: inkopen doen! Bij de bushalte, waar tientallen stalletjes dezelfde suikerrietproducten verkopen, verzamelen ze zich dan voor de terugreis naar hun dorpje. En de stilte keert weer in Baños…
No comments
Comments feed for this article