Wij kwamen vanuit Riobamba Baños binnenrijden. Je rijdt dan door mooie dalen en ziet akkers op berghellingen liggen. Je ziet dan ook meteen dat ze hier niet met oogstmachines enzo rondrijden, want die akkers liggen op zulke steile hellingen, dat je alleen lopend kan oogsten.
Vlakbij Baños krijg je uitzicht op vulkaan Tungurahua van 5016 meter hoog - alleen staat hij met zijn kop in de wolken. De vulkaan is behoorlijk actief (geweest): je rijdt met de bus over een herstelde weg van zwart zand en grond, dat duidelijk als een soort rivier van de vulkaanhelling zakt.
Baños ligt in een kom verscholen: je moet naar het uiteinde van het dorp lopen om een blik op de vulkaan te werpen, en ik vind dat een geruststellende gedachte. Als je de vulkaan niet kan zien, is de lava ook niet meteen in het dorp. Denk ik.
Door de ligging van Baños zijn er dus twee hellingen: links een helling met veel bos, rechts een hogere helling met vooral akkers en bovenop want antennes. De eerste hele dag dat we in Baños waren, hebben we de linkerhelling beklommen.
Dat wil zeggen, we moesten eerst het paadje zien te vinden. Maar toen we dat hadden, ging het goed: lekker steil omhoog, en het uitzicht op de stad werd steeds beter. We hadden ook tegenliggers: scholieren, die blijkbaar als gymles even die helling op en af moesten rennen. Ik ben er nog niet uit wat ik liever zou hebben: dat, of de Coopertest. Zelfs omhoog lopen was al een behoorlijke klus. Maar het uitzicht was wel erg mooi. Bij de eerste stop konden we het hele dorp zien. Achter ons waren wat ‘kassen’ van plastic, die op de hellingen gefabriceerd waren. Een kunstwerkje, want de helling was niet bepaald egaal. Vandaar natuurlijk dat ze van plastic waren, niet van glas. Wat er in stond, kon ik jammergenoeg niet zien.
We liepen verder naar een hotel/cafe: 300 meter verderop. Maar wel steil omhoog. Grr. Door de bossen weer, en dan ontdek je telkens mooiere bloemetjes. Sommige lijken van fluweel te zijn, andere zijn zo klein dat je je afvraagt of het wel zin heeft. Maar allemaal mooi! Het hotel/cafe bleek ook een spa te zijn (met vulkanisch water enzo), maar het was gesloten. Wij weer verder, wat meer horizontaal richting het grote Mariabeeld dat boven de stad staat. Onderweg
kwamen we een klein mannetje tegen, dat met 5 grote boomstammen aan het sjouwen was: een boertje, dat hier op de helling in een klein huisje woont met zijn hondje en zijn vrouw. Joost heeft hem even geholpen met die boomstammen…
Zo´n Mariabeeld op een helling boven een stad is groot! En wat schetste onze verbazing: vanaf daar konden we met een trap naar beneden. Bijna de hele afstand tot in het dorp was voorzien van een trap. Handig - en ik was blij dat we die niet omhoog hadden gelopen!
Baños zelf is een leuk, maar wel toeristisch stadje. Veel touragencies, die je naar de jungle willen sturen, canoyning, bungyjumpen, of raften willen laten doen. Je kan trouwens ook gewoon fietsen huren, misschien doen we dat nog wel. Er zitten dus ook veel souvenirswinkels, maar de souvenirs hier zijn niet echt verrassend. De meeste heb ik al gezien (en/of gekocht) in Peru of Chili. Ik zie niet echt heel bijzondere dingen die typisch Ecuadoraans zijn. Gelukkig maar, voor de portemonnee ![]()
No comments
Comments feed for this article