April 2008

You are currently browsing the monthly archive for April 2008.

Zo, we zijn weer terug in de bewoonde wereld, Quito. We hebben honderd procent genoten van onze 10 dagen op de Galapagoseilanden!!  Er komt natuurlijk een volledige update met foto´s enzo, maar ons schip ging de afgelopen week zo hard heen en weer dat er helaas een biertje over het toetsenbord van de laptop viel, waardoor het hele ding nu problemen heeft. We zijn op zoek naar een service center in Costa Rica om het te verhelpen, maar dat betekent wel dat ik geen toegang heb tot mijn netjes voorbereide verhalen uit de Galapagos… Dus nu even snel, vanuit een internetcafe.

Galapagos is een verzameling eilanden, en wij hebben de eerste 8 nachten in Puerto Ayora op Santa Cruz doorgebracht, het belangrijkste dorp. Van daaruit hebben we duiken gemaakt (Joost 12, ik 10) voor de kust van verschillende eilanden. Toen zijn we aan boord gegaan van zeilschip Encantada, waar we met 12 toeristen, 1 gids en 5 bemanningsleden mee rondvoeren door het zuidelijke deel van de eilanden. Vanaf de boot hebben we de eilanden zelf bezocht, en ook hebben we veel gesnorkeld. Het was echt schitterend!

Duiken
De eerste duiken hebben we bij het eiland Floreana gemaakt. Direct viel het op dat het onderwaterleven op dat van Costa Rica lijkt, maar dat hier de vissen (zoals de papegaaivis) veel groter zijn. We zagen ook veel witpunthaaien, en vooral de staarten van de hamerhaaien: die zwommen telkens weg als we ze zagen.  Ook waren hier veel schildpadden, schitterende green sea turtles, die door het water zweven.
Daarna hebben we gedoken bij Gordon Rocks en Bartolome Island, waar we vooral weer telkens net geen hamerhaai zagen, maar wel weer veel schildpadden en andere mooie vissen. We hebben hier ook (weer) met zeeleeuwen gezwommen, ook erg leuk. Toen namen we een dagje rust, en mijn laatste duiken heb ik gemaakt bij Gordon Rocks: we sprongen het water in en nog geen 5 minuten later hadden we al een grote school hamerhaaien voorbij zien komen. Nu konden we hun rare koppen duidelijk zien, en het waren er wel een stuk of 30! Indrukwekkend!
Joost heeft de laatste duikdag nog gedoken bij North Seymour, waar het toch ook weer net anders was, en erg mooi.

Het dorp
Puerto Ayora is een echt toeristendorp, met een hele rij souvenirswinkels - voornamelijk met t-shirts met prints van de dieren: blue-footed boobies, zeeleeuwen…
Er is ook een soort visafslag, waar de vissers hun vis schoonmaken en verkopen, en waar pelikanen en zeeleeuwen een beetje restafval (of zelfs een hele vis!) proberen te scoren. Dit is een erg vermakelijk tafereel, en we hebben daar ook vaak naar zitten kijken.
Verder liggen in de haven allemaal toeristenboten, en wat vissersbootjes. Er lag zelfs een catamaran met een Nederlandse vlag!

De cruise
De Encantada viel iets kleiner uit dan gedacht (maar de plaatjes lijken natuurlijk altijd mooier) , maar hij had wel sfeer: een mooie, rode zeilboot die  lekker op de motor voer :-) De kamer was natuurlijk inieminie klein voor onze twee rugzakken en het stapelbed, maar met wat coordinatievermogen, in harmonie met de schommelingen van het schip, kom je een heel eind. De eerste twee dagen hebben we ´s nachts gevaren, waardoor we wel wat nachtrust tekort kwamen - je lijf zegt namelijk, “Pas op, je bed beweegt!“, waardoor je wakker wordt. Maar daarna hebben we twee nachten in rustig water stil gelegen, dan is het een lekker wiegende beweging, niets mis mee.

De bezoeken aan de eilanden waren telkens anders: andere lavaformaties, veel groen, veel vogels, weinig vogels, veel iguana´s: we hebben vanalles gezien. Het programma:

  • Santa Cruz: bezoek aan Charles Darwin Station waar ze landschildpadden (van die HELE grote) fokken om op het juiste eiland weer uit te zetten. Ieder eiland heeft namelijk zijn eigen subsoort. Op het eiland Pinta was nog maar 1 schildpad over - hij heet Lonely George en woont nu op Santa  Cruz, maar hij wil niet samen met de vrouwtjes van een ander eiland - zijn soort is tot uitsterven gedoemd!
  • Floreana: een kaart gepost in de postbus die de zeilschepen vroeger gebruikten om post te ´versturen´ tussen Amerika en Europa: een houten ton waaruit je kaarten kan meenemen om zelf te bezorgen.  En we liepen in een tunnel die ontstaan is door een ondergrondse lavastroom. Bij het snorkelen heel wat baby-witpùnthaaien gezien (van max. 1,5 meter) en stingrays.
  • Española: wat mij betreft het hoogtepunt. Hier zie je een onvoorstelbare hoeveelheid zeevogels: meeuwen in diverse soorten, de boobies (blauwvoet en Nazca), zee-iguana´s en albatrossen (de enige plek waar zij landen!!). Het was echt fantastisch mooi.
  • San Cristobal: Isla de Lobos bezocht, waar honderden zeeleeuwen op het strand liggen en zich laten benaderen tot heel dichtbij - ze hebben niets te vrezen van mensen!
  • Santa Fe: Prima gesnorkeld met grote scholen yellowtail surgeonfish en weer een schildpad (hoera!). En landiguana´s gezien: reuzegroot!
  • North Seymour: Een herhaling van alles: blue-foot boobies, landiguana´s, zeeiguana´s, zeeleeuwen (maar nu ook fur seals, met bont), en een kolonie fregatvogels met mooie opgeblazen rode keelzakken.

Kortom: het was fantastisch. We hadden een gezellige groep op de boot: Fransen, Engelsen, Zwitsers en wij. De bemanning was superaardig. ´s Avonds laat heb ik met de kapitein sterrenbeelden gezocht: de grote beer staat ondersteboven net  boven de horizon, en het zuiderkruis is goed zichtbaar (de Galapagos ligt net onder de evenaar). En de melkweg natuurlijk!

De plannen: morgenochtend akelig vroeg op (5:00) voor de vlucht naar Miami, waar we na 6 uur wachten (tax free shoppen voor een nieuwe camera!) weer naar het zuiden vliegen, naar Costa Rica. Daar wacht Peter op ons, als het goed is. Na een dagje dingen-regelen in San Jose gaan we voor twee dagen naar Tortugero NP, en dan rijden we in een huurauto naar Otto en Anja. Het blijft voorlopig dus nog even karig met de updates van het blog, want we hebben een druk programma!

De Encantada lag in het kanaal tussen Baltra (waar het vliegveld is) en North Seymour, waar we ons laatste landbezoek deden. We zagen hier een paar fur seals (zeeleeuwen met bont) en waar we aan land gingen lang een moederzeeleeuw met een jonkie. Het jong was erg nieuwsgierig naar ons en kwam al ‘jankend’  naar ons toe, en hapte zelfs naar onze benen! Gauw omhoog dan maar…!

Op dit eiland zitten landiguana’s, zee-iguana’s en een kolonie fregatvogels. Veel van de mannetjes hadden hun knalrode keelzak opgeblazen, en dat zag er indrukwekkend uit. Ook erg lastig trouwens, zo’n bol met lucht onder je snavel! Maar je moet er iets voor over hebben, om indruk op de vrouwtjes te maken!!
En gelukkig zaten ook hier nog een paar blauwvoet boobies.

Om een uur of negen ’s morgens werden we afgezet bij het vliegveld op Baltra. En toen begon het wachten, want we vlogen pas op 12:45. Maar bijna de hele groep ging weg, dus het was wel gezellig op het vliegveld. De vlucht was… een vlucht. Nog een blik kunnen werpen op de eilanden, en toen werd het uitzicht blauw.
In Quito zaten we weer in hetzelfde hostel, Cafecito als eerder (en in Cuenca). En de volgende ochtend ging om 5:45 de wekker weer… tijd voor de reis naar Costa Rica!

Heerlijk geslapen, want hier was het water superkalm (en we waren om 21:00 aangekomen). We bleken ten anker te liggen tussen Isla Lobos en San Cristobal - daarom was het zo kalm. Het water was ook glashelder. Toen we met de dinghy een rondje gingen varen, kwamen de zeeleeuwen (lobos) al rond het bootje spelen, echt heel grappig. Het zijn net jonge hondjes!
Aan land klauterden we een stuk over de zwarte lavarotsen, en we vonden een verliefd stelletje blauw-voet boobies. Om hun liefde te uiten, tillen ze hun blauwe voeten een voor een hoog op, een heel komisch gezicht. Het mannetje legde ook steentjes bij zijn voeten, om ze nog meer te benadrukken. Even verder vonden we weer een stelletje, en de ene vogel had twee jonge boobies op zijn voeten zitten. Boobies zijn geen meeuwen, maar lijken er een beetje op. Ze vliegen boven het water tot ze visjes zien, en dan storten ze zich met ware levensverachting in het water - ze vouwen hun vleugels strak naar achteren. Soms gaat dat met drie, vier, of tientallen vogels tegelijk.

Na het ontbijt zijn naar Santa Fe gevaren, een eilandje zo groot als Paaseiland (dat is pas klein!), dat voor Santa Cruz ligt. Daar hebben we in een stille baai weer uitgebreid gesnorkeld. Het barstte hier van de Razor Surgeonfish. Een enorme helderblauwe parrotfish leidde mij af toen Joost een mooie, grote rog zag, maar even later zagen we samen een grote zeeschildpad voorbij zweven - en dat blijft een schitterend gezicht!
Daarna zijn we aan land gegaan, op safari om de landiguana op te zoeken (die we in het Charles Darwin Centrum hadden gezien). We hebben er twee gevonden - zoveel zijn er niet, en dan is zo’n eilandje van 24km2 best groot!

Española

Varen van Floreana naar Española duurde wel een uur of 8, dus we hebben weer een nacht liggen schommelen en waak-slapen. Maar we moesten toch om 5:45 op… Eerst naar het eiland, ontbijt kwam later. Española was fantastisch. Bij aankomst zaten de zeeleeuwen ons al op te wachten, met jonkies en al. En dan moet je echt om ze heen lopen, zoveel liggen er. Een kleintje kwam zelfs naar iemand van de groep toe om te kijken of er niet iets te halen viel!
Het was net een dierentuin, maar dan erger: om ons heen, op het pad, lagen zeeleeuwen, zwarte zee-iguana’s, boobies met blauwe voeten, gemaskerde boobies, hagedissen… noem maar op! En alle beesten trokken zich niets van ons aan, bleven gewoon hun ding doen (meestal luieren)! Zelfs jonge boobies zaten gewoon midden op het pad.
En zo liepen we tussen al deze dieren door naar het grasveld van de albatrossen. Dat zijn echt schitterende vogels. Zo groot als een gans, en zo waggelen ze ook. Albatrossen vliegen zo’n zes maanden rond over zee en landen dan hier op de Galápagos (en nergens anders!). Hier zoeken ze hun partner weer op, en krijgen ze hun kuiken. Als die kan vliegen, gaan ze weer de lucht in. En dat gaat hier goed: de grote vogels “rennen” naar de rand van de klif en springen er vanaf - rennend kunnen ze niet genoeg vaart maken om op te stijgen! Ze hebben geweldig fotogenieke koppen: doordringende zwarte ogen met mooie witte wenkbrauwen erboven. De snavel is stevig en donkergeel - daarmee ‘neuzen’ ze met elkaar als ze hun partner weer gevonden hebben, of moeten verdedigen tegen een andere vogel. Ik vond het echt heel erg mooie vogels.

Op het randje van de klif zagen we niet alleen opstijgende en vliegende albatrossen (ze vliegen met ‘hangende poten’), meeuwe met zwarte koppen en rode poten, meer zee-iguana’s en andere vogels, maar ook een blow-hole: in de rotsen zit een gat, waar heel veel water ingeperst wordt door de golven van de zee. Dat komt dan door een klein gat weer naar buiten, waar je een torenhoge wolk van water krijgt te zien. Spectaculair!

En toen was het tijd voor ontbijt…

Daarna hebben we gesnorkeld bij Isla Gardner (voor de kust van Española). We begonnen in een tunneltje, en zwommen om het eilandje heen. Hier zagen we weer scholen met King Angelfish, maar ook salema’s (kleine, zilveren visjes die in grote scholen zwemmen) en een triggerfish van 50 cm die een zeëegel aan het opeten was.

’s Middags zijn we aan land gegaan op Isla Gardner, waar honderden zeeleeuwen op het witte zand liggen te zonnen. Met z’n allen op een rijtje, knus te zonnen en luieren. Een erg leuk gezicht. En om op het strand te komen, loop je gewoon tussen ze door - ze blijven gewoon liggen! Alleen de mannetjes maken zich soms druk als je je te lang in hun domein begeeft. En dat met uitzicht op een groen-lichtblauwe-donkerblauwe zee… ik zeg maar niets meer :-)
We hebben hier ook nog wat gesnorkeld, en ik zag daar een zeeschildpad zich tegoed doen aan wier, op 3 meter diep. De dieren blijven hier gewoon bij je in de buurt!

Na terugkomst zijn we direct gaan varen naar San Cristobal. Dat betekende wel wat extra coordinatievermogen tijdens het diner met omvallende flesjes en volle borden, maar het ging goed.

Floreana

’s Nachts zijn we gevaren van Santa Cruz naar het eiland Floreana. Dat was vijf uur schommelen en over golven heen varen - dus echt goed hebben we niet geslapen, want je lijf zegt constant: “Pas op, je bed beweegt!”. Maar wel om 6:30 op, want om 7:00 was er ontbijt met ei en worstjes - een stevige bodem voor ons bezoek aan Floreana.
Met de dinghy (rubberboot) werden we aan land gebracht. Het was een ‘wet landing’, dat wil zeggen, voetjes in de branding en uit de boot springen. Na 100 meter stonden we bij de eerste bezienswaardigheid: het postkantoor. Vroeger, in de tijd van zeilschepen en varen rond Zuid-Amerika, stond hier een houten ton waarin zeelui hun post achter lieten. Kwam jouw schip uit Europa en wilde je een briefje naar huis sturen, dan liet je dat hier achter. Een schip uit Noord-Amerika, dat via Zuid-Amerika naar Europa voer, nam zo’n brief dan mee en bezorgde die in Europa. Die oude gewoont wordt nu voortgezet door toeristen: je laat een kaart achter, een andere toerist neemt die mee en bezorgt die bij thuiskomst. Erg grappig, en de ton, die ondertussen wel vervangen is, is ook een verzamelplaats voor mensen die hier iets achterlaten. Wij hebben ook een kaart geschreven - en die is al in Nederland aangekomen! Zwitsers hebben ‘m meegenomen naar hun land, en met Zwitserse postzegels naar Nederland gestuurd.

Daarna doken we de begroeiing van Floreana in: veel struiken, bomen, gras dat aan je broek of sokken blijft kleven, mooie bloemen, veel insekten en vinkjes. We liepen naar een lava-tunnel - een hele donkere deze keer. Ook hier zijn door ondergrondse uitbarstingen tunnels gevormd. In deze specifieke tunnel kwam het tot een grote ontploffing toen de lava het grondwater tegenkwam. En nu is er een grote ‘hal’ gevormd  met een mooi rond dak. Heel speciaal om daar te staan!

Na terugkomst bij de baai konden we snorkelen vanaf het strand. Niet zo interessant, dachten wij-de-duikers. Maar dat viel ontzettend mee! Er zwommen hier jonge Galápagoshaaien van max. 1 meter lang, en dan wel een stuk of zes! En we ontdekten een aantal stingrays (roggen) die het niet echt goed met elkaar konden vinden. Ze hadden ruzie over een kuil in het zand, en dat leverde een heel spektakel op.

Na een lunch (met kip, rijst en vruchten toe) gingen we weer snorkelen, maar nu bij Devil’s Crown, waar we ook gedoken hadden. Gelukkig was het water nu een stuk rustiger en we konden diverse white tipped reef sharks (witpunthaaien) zien, veel kleinere, kleurrijke vis en een rog. Aan het eind was er een nieuwsgierige zeeleeuw die met ons kwam spelen.

’s Middags - het was een vol programma deze dag! - landden we weer op Floreana, maar nu bij een laguna waar flamingo’s rondliepen. Niet in grote aantallen, maar het was toch een mooi gebied. De flamingo’s lopen met hun hoofd onder water als een stofzuiger door de laguna op zoek naar garnaaltjes enzo.
We liepen verder naar een ander strandje: schitterend wit, met een groen-blauwe zee… prachtig! De kleine stingrays speelden hier in de branding en we zagen een groepje fregatvogels die het ook wel leuk leken te hebben… Wat bleek, ze hadden een nest met jonge green sea turtles (zeeschildpadden) ontdekt. Die kleintjes horen ’s nachts uit hun ondergrondse wiegje te komen, maar dit nest had het verkeerd getimed. En de fregatvogels hadden dat door: die kwamen schildpadjes eten! Het was echt sneu om te zien dat die kleine frutsels (5 cm groot) soms met vier tegelijk uit het zand werden geschept. En die ene die op weg naar zee was, redde het ook niet, want er liep ook een grote reiger rond, die ook wel een schildpadje lustte. Dit vond plaats op zo’n 3 meter afstand van waar wij stonden, in het droge zand (waar we niet mochten komen!). Echt indrukwekkend! Maar gelukkig hadden we onder water al gezien dat er hier genoeg green sea turtles zijn. En je moet de natuur uiteindelijk toch zijn gang laten gaan!  (En Joost heeft schitterende foto’s gemaakt!)

N.B. Helaas viel door de schommelingen van de boot ’s avonds een flesje bier om, zodat de laptop onbruikbaar werd. In San José bleek dat het toetsenbord kapot is. Hopelijk is de laptop a.s. vrijdag (9 mei) weer gerepareerd…

Op woensdag 23 april begon onze cruise langs de Galápagoseilanden met een verassende mededeling: we zouden niet ’s morgens al beginnen met een bezoek aan de hooglanden, maar pas ’s middags met een bezoek aan het Charles Darwin Onderzoeksstation. De reden: de boot was een beetje later dan verwacht. Dat was jammer, want we wilden graag naar de hooglanden: daar lopen de reuze-landschildpadden nog vrij rond. Gelukkig zijn wij niet voor een gat te vangen, en we regelden een taxitour.
Eerst reden we de bergen van Santa Cruz in, naar El Chato. Daar gingen we ‘op jacht’ naar de landschildpadden (ze lopen immers vrij rond!). We vonden er eentje die net uit een vijvertje was gekomen: hij/zij had een mooie rand van kroos. Wat een beesten zijn dat, zeg! Wel 50, 60 cm hoog, en een poten - niet normaal. Daar is Jurassic Park niets bij. Deze jongen had zijn hoofd diep weggetrokken onder het schild, zodat we ‘m alleen een beetje hoorden blazen. Later vonden we een grote jongen die lekkere passievruchten aan het eten was. Zijn mond zat onder het roze-rode vruchtvlees, erg grappig. En tot slot was er nog een vrouwtje, een jong beest van ongeveer 50 jaar - ze kunnen wel 150 jaar worden, deze dieren!

Vervolgens bezochten we een tunnel die door een ondergrondse vulkaanuitbarsting gevormd was: de lava zie je dan nog in de tunnel zitten, helemaal versteend. Beetje spannend, maar de vulkanen op dít eiland zijn niet meer actief. Dat zagen we iets verderop, waar je in de twee belangrijkste kraters van Santa Cruz kunt kijken. Volledig begroeid, ook ín de kraters. De kraters zijn zo’n 100-150 meter diep. We zagen er vooral veel vogeltjes: Darwin heeft hier allerlei soort vinken gevonden.

’s Middags, nadat we onze mede-cruisers en de gids ontmoetten, zijn we naar het Charles Darwin Centrum gegaan. Daar onderzoeken ze het leven op de eilanden, en ze hebben een fokprogramma opgezet voor de landschildpadden van alle eilanden en de landleguanen. Je kan daar dus langs hokken vol schildpadjes lopen - ze blijven 10 jaar in het centrum voor ze uitgezet worden. Op ieder bord hangt een bordje met de naam van het eiland waar de schildpadden thuis horen. Ieder eiland heeft namelijk zijn eigen soort: iets andere schilden, iets andere tekening op de schilden. Darwin heeft mede op dit feit (dat ook zo voorkomt bij vinken) zijn evolutietheorie gebaseerd. Er is één heel zielige schildpad, Lonely George. Die komt van het eiland Pinta en is de enige overgebleven schildpad van dat eiland: zijn soort is dus eigenlijk al uitgestorven. Lonely George vertikt het ook om met vrouwtjes van andere eilanden aan de rol te gaan, dus hij helpt niet echt mee…

Op een aantal eilanden komen leguanen voor op het land (er zijn ook zee-iguanas). In het Charles Darwin Centrum lagen een paar grote leguanen, wel bijna 70, 80 centimeter lang. Ze hadden een mooie, geelachtige kleur. Maar verder blijven het maar rare beesten…

Dus dat was onze kennismaking met de dino’s van de Galápagos!

Morgen (dinsdagochtend) vliegen we naar de eilanden op de evenaar, ‘vlak’ voor de kust van Ecuador (op de wereldbol gezien). Daar gaan we genieten van reuzenschildpadden, blue footed boobies, hammerhead sharks, marine iguanas, zeeleeuwen, en nog veel meer bijzondere diersoorten.

De planning is als volgt: we zoeken een hotel in Puerto Ayora op Santa Cruz en gaan eerst een weekje veel duiken. Vanaf 23 april zitten we dan op een bootje (plaatjes volgen, ik ga jullie niet nú al lekker maken!) voor 5 dagen, en varen we langs een aantal eilanden.  Op 27 april vliegen we terug, en op 28 april gaan we door naar Costa Rica.

Om jullie een beetje voor te bereiden: vooralsnog zijn we niet van plan om de site te updaten vanaf de Galapagos-eilanden. De prijs van het internet-per-uur zal ongetwijfeld ontzettend hoog zijn. We zullen wel een paar keer onze e-mail checken (daar komen jullie commentaren op de site ook in terecht). Dus… even geduld!

Vandaag Quito…

wachtGisteren zijn we teruggekomen uit Otavalo, vandaag ‘deden’ we Quito even. We zijn in de oude stad geweest en hebben vooral veel kerken gezien, want daar staat het bomvol mee. Maar eerst zagen we nog net het laatste stukje van de wisseling van de wacht op het Plaza de la Independencia. Mooie blauwe, historisch uitziende pakjes hadden die wachten aan. Er werd ook een mars of wat geblazen. En onder de joekel van een Ecuadoraanse vlag stond een man op een balkon te zwaaien, waarop er heftig teruggezwaaid werd. Dit bleek de president, meneer Correa, te zijn! Hij inspecteert de wisseling van de wacht vanaf het balkon van het regeringspaleis.

In de kathedraal, die naast deze Plaza staat, was een schilderij te zien met een bijzonder verhaal. ‘Op’ de evenaar hadden we gehoord dat de kerken in Quito zo gebouwd zijn dat de zon er op een bepaalde manier op schijnt. In de kathedraal hangt boven het altaar een groot schilderij, waar Jezus in de linkerbovenhoek staat afgebeeld. Op bepaalde data valt de zon dus precies over dat schilderij, tot bij Jezus. Verder ligt Generaal Sucre, bevrijder van Ecuador, hier in zijn tombe en is er veel goud te zien.

plein san franciscoWe hebben ook het Monasterio de San Francisco bezocht, een klooster van Franciscaner monniken (nog steeds). Er stonden heel veel beelden en er hingen heel veel schilderijen met afbeeldingen uit bijbelse verhalen waar ik het bestaan niet van kende. Maar wel mooi, vooral die oude beelden zijn soms erg indrukwekkend gedetailleerd.
De kerk van het klooster is volop in restauratie, waardoor we het altaar niet konden zien (jammer, want dat moet letterlijk schitterend (van het goud) zijn). Maar we stonden in het koor, en het dak daarvan is ook indrukwekkend mooi: dat bestaat uit een puzzel van stukjes hout die zonder lijm in elkaar blijven steken. Het patroon heeft vogelMoorse invloeden en het hout is ook met goud bewerkt. Schitterend.
Zelf vond ik ook de grote zangboeken voor de priesters erg bijzonder: grote boeken, 50 cm hoog, met letters die zo’n 4 cm hoog zijn. Niet dat ze zo slechtziend waren, maar er stond 1 zangboek op een houder voor alle 61 priesters in het koor. Dat ’schrijven’ (of meer schilderen) op schapenleer doe je namelijk niet zomaar 61 keer!

Met deze kerken (de anderen die we wilden zien waren dicht) en een rondje langs de plaza’s hebben wij Quito gedaan. Bovendien moesten we terug naar het hostel, om onze tassen goed in te pakken voor de vliegreis morgen. In het hostel denderde ik nog even op mijn linkerheup en elleboog van de pas gewaxte trap af (au, dat wordt blauw!), dus dat wordt lekker zitten, 3,5 uur in het vliegtuig… Maar gelukkig is er niets kapot - die wax gleed goed…

Markt in Otavalo

souvenirsEcht, als je een souvenir uit Zuid-Amerika wilt hebben (en niet al te specifiek uit één bepaalde regio), dan moet je naar Otavalo komen. Dit flinke dorp, 2,5 uur ten Noorden van Quito (ja, op het noordelijk halfrond dus!) heeft echt álle souvenirs die je in de zuidelijke helft van dit continent kunt kopen, verzameld in tientallen winkeltjes en één grote markt.
Truien van alpacawol: duizenden, in alle kleuren. Wil je een tas van die kleurrijke geweven stof die de vrouwen in Bolivia op hun rug binden: een hele winkel vol, bomvol. Alpaca-haardkleedjes? Kom maar halen - dat hier geen alpaca te vinden is, moet je maar op de koop toe nemen. Hangmatten - in alle kleuren van de regenboog (overigens lijkt dit echt iets uit deze omgeving te zijn). Geborduurde tafelkleden, blousen, rokken - ook hier te vinden. Het is bijna niet leuk meer - dat je heel Zuid-Amerika hebt doorgereisd, mooie souvenirs hebt uitgezocht en nu, op je laatste Zuidamerikaanse bestemming, zie je alles weer terug. Zo van: je had ook hier meteen alles kunnen kopen.
markt Wij hebben vanuit onze hotelkamer direct uitzicht op de markt. ’s Ochtends om half zeven (iedere dag!) komen de eerste handelaren aan: mega-grote zakken vol met textiel dragen ze op hun hoofd naar hun plekje, waar ze eerst hun kraampje moeten opzetten. Zo rond 9:00 staat iedereen er, en om een uur of 16:00 beginnen de eerste die mega-grote zakken weer in te pakken - om 21:00 is iedereen weg en is het plein weer leeg. Om de volgende ochtend weer te vullen met blauwe dekzeilen en kleurrijke textielen.

Read the rest of this entry »

Rondom Otavalo

lagunaOtavalo ligt in een dal, omgeven door groene hellingen, hoge bergen en vulkanen. Alleen die laatste hebben we niet gezien, want het is een beetje te bewolkt geweest de afgelopen dagen.
We hebben een tocht gemaakt naar de laguna van Cuicocha, op 3100 meter hoogte. Heel gezellig, met twee Belgische meiden die stage lopen in het Amazone-gebied en David, de gids. De wandeling ging rond dit oude kratermeer: omhoog (tot 3500 meter) en omlaag langs het water, met telkens een ander schitterend uitzicht op het donkerblauwe water en de twee eilandjes in het midden. In het water zijn geen vissen of ander leven, en op het diepste punt is het meer 200 meter diep.
De wandeling ging over de groene hellingen, van graslanden met als verrassing wat grazende koeien, tot nevelwoud met bromelia’s. Er groeiden orchideeën en allerlei andere mooie bloemen en planten. David, wees ook nog even wat geneeskrachtige planten aan: een soort munt, een anti-insectenboom, en anijs. Dat laatste groeit zomaar op het wandelpad!

Daarna zijn we naar een klein dorpje gegaan, waar Jose Carlos de la Torre, een 75-jarige man, wol verwerkt tot dikke, warme sjaals en poncho’s.

Read the rest of this entry »

wereldkaartDe wereldkaart was ook op de evenaar (latitude 0 graden 0´0´´), of net niet. Ecuador, equator: het land heet gewoon naar de evenaar. Quito betekent ook iets van ‘in het midden’ (of iets dergelijks). Wel apart, terwijl die evenaar ook zoveel andere landen doorkruist. Waarom is het dan precies dit land dat naar de evenaar heet, en er zo’n groot monument heeft staan?

Volgens de wetenschapper van Quitsa-To is Ecuador het enige land, en Quito de enige plaats, waar de oude culturen met zekerheid de zonnewendes konden vaststellen: hier bestaat de horizon namelijk uit bergen: die blijven stil staan en veranderen niet, terwijl horizons aan de zee, met bossen, en andere vage horizons niet toestaan om dat vast te stellen.

Vandaar: Ecuador, evenaar. Alleen hier!

evenaarQuito, Ecuador: de stad op de evenaar, la mitad del mundo (de helft van de wereld). Nou ja, bijna dan. Want om OP de evenaar te staan, moesten wij nog 20 kilometer naar het Noorden. Dat deden wij met het lokale openbaar vervoer: voor $0,25 stonden we 20 minuten in een drukke bus, die redelijk snel door Quito reed op een speciale busbaan - dat ging best voorspoedig. Op een centraal busstation stapten we over op een ‘gewone’ bus, die ons voor $0,15 extra afzette bij de helft van de wereld.
Nou zeg, wat een toeristisch gebeuren is dat: een grote parkeerplaats, entree betalen, souvenirswinkels (goh, die hadden we nog niet gezien), restaurantjes, meer souvenirs en een grote betonnen pilaar met een wereldbol erop. En een lijn die er aan twee kanten vanaf loopt: de evenaar!  En (gelukkig) was dit niet alles…

Read the rest of this entry »

Baños heeft zijn naam te danken aan de warmwaterbaden, met water dat rechtstreeks van de vulkaan komt. In het bad waar wij even geweekt hebben, waren twee baden: eentje was lekker warm en had een heel vies kleurtje. Ongetwijfeld kwam dat door de ontzettend gezonde mineralen en rare stofjes die erin zaten. Deze hingen volledig gespecificeerd boven het zwembad, maar voor mij kwam het erop neer dat mijn witte bikini bij thuiskomst poepiebruin was. Gelukkig wel uit te spoelen, maar toch - geeft een beetje een raar beeld. Het bad waar wij niet in zijn geweest, was ook zo’n geel-bruinig kleurtje, maar dit kwam écht rechtstreeks uit de aswolken uitstotende vulkaan. Het moet zeker 50 graden geweest zijn - meer dan een teen kreeg ik er niet in.

kerkBaños heet officieel Baños de Agua Santa (heilig water) en daarbij hoort ook een heilige - natuurlijk. De Virgen de Agua Santa  heeft al heel wat wonderen op haar naam staan. Een (groot) aantal van deze zijn geschilderd op een doek van zo’n 3 meter breed en die hangen in de kerk van Baños. Heel bijzonder om te zien; meestal werden de mensen gered nadat ze op momenten van nood (met de auto in een ravijn vallen, bedolven worden onder lava, in een vuurzee geraken) uitriepen “Ayuda, Virgen de Agua Santa” of iets in die richting. En dan kwam ze helpen…

baSWe hebben ook de dierentuin ontdekt. Die ligt op een bijzondere locatie: een soort rotspunt waarlangs aan beide kanten water stroomt (maar dan wel zo’n 100 meter lager). Je moet dus een beetje klimmen om bij de kooien te komen, maar je kan de jaguars, puma’s en condors ook van boven bekijken. De vogelsectie was erg mooi: de papegaaien waren goed vertegenwoordigd - die plukken ze hier zo uit het Amazone-gebied natuurlijk. We hebben nu de jaguar en de puma gezien, waarvan we al diverse keren gehoord hebben dat die “hier leven, maar nooit te zien zijn”. En erg leuk waren ook de slingeraapjes en de Andes-beren. Er lagen ook 3 Galapagos-schildpadden; ik hoop dat die iets meer bewegen als we hen straks in hun eigen leefomgeving zien!

kookpotIn het dal dat je binnengaat als je Baños verlaat, zijn heel wat watervallen te zien. Natuurlijk: hoge bergen, diepe dalen: dat water moet ergens heen! De meest indrukwekkende was de cascada Pailón del Diablo, ofwel de kookpot van de duivel. Een hoge waterval stort met veel macht en kracht in een ronde ‘pot’ en valt dan nog een stuk naar beneden. In die kookpot is het een lawaai van jewelste; je hoort een diep gedreun en dan al dat water dat opspat. Onze taxichauffeur wist ook nog het gezicht van de duivel aan te wijzen in de rotsen. De duivel kijkt als het ware in de kookpot. Hoezeer dat van je fantasie afhangt, blijkt wel uit het feit dat ik een ander gezicht zag dan de taxichauffeur, en Joost zag helemaal geen gezicht…

Een andere waterval hebben we van bovenaf bekeken, door er via een tarabita overheen te gaan. Dat is een soort kabelbaantje met een karretje eraan. Brr - zeker als je net bungy-jumpers hebt gezien. Maar hier mag je gewoon in blijven staan en ‘rustig’ van de waterval genieten!

Zo hebben we wel zes dagen in Baños doorgebracht: een leuk dorpje dat op zondag helemaal tot leven komt, omdat er dan markt is. Dan zie je mensen uit de omliggende dorpjes rondlopen met grote manden en zakken: inkopen doen! Bij de bushalte, waar tientallen stalletjes dezelfde suikerrietproducten verkopen, verzamelen ze zich dan voor de terugreis naar hun dorpje. En de stilte keert weer in Baños…

Na ons avontuurlijk treinritje door de duivels neus, zijn we via Riobamba naar Baños gegaan. We zitten hier al weer 3 dagen. Baños ligt in een vallei aan de voet van de vulkaan Tungurahua (5016m). Eergisteren hebben we op de heuvel aan de kant van de vulkaan gelopen met prachtig uitzicht op het lager gelegen Baños. Omdat we langs de vulkaan helling liepen, konden we niet veel van de vulkaan zelf zien.

Gisteren daarintegen zijn we de berg aan de andere kant van de vallei op gegaan. Bij de antennemasten bovenop hadden we een prachtig uitzicht op zowel het dorp als het aan de overkant gelegen vulkaan. En dat ie het nog doet, konden we daar pas echt goed zien. Beneden heb je nog het geluid van het verkeer en het alledaagse leven, maar bovenop waar het stil is en uit de wind, konden we de vulkaan goed horen. Het continue gerommel lijkt op dat van een flinke regenstorm. Regelmatig kwamen er enorme rookwolken uit de vulkaan die boven de gewone wolken rondom de vulkaantop uit stijgen. Een magnefiek schouwspel wat je weer doet realiseren dat Baños idd vlak naast een actieve vulkaan ligt.

De pagina met de route en planning daarvan is (eindelijk) weer aangepast. Tot nu toe staat de route erop zoals we die gevolgd hebben; vanaf nu de route zoals we die nu gepland hebben staan!

De rechterhelling van Baños was wat hoger, dat hadden we wel gezien. Alleen niet als je op de kaart keek (het is dan ook een hele slechte kaart, zo bleek): vanuit Baños steek je de brug over, dan begint er een weg naar boven, maar er zijn ook twee wandelpaden.

banos Het eerste wandelpad, dat net na de brug zou starten, hebben we nooit gevonden. Dus liepen we door, genietend van de zon en de steigende weg (?), en de akkers om ons heen. Toen stonden we opeens op een kruising - dat was wel duidelijk aangegeven. Maar waar begon nu het tweede wandelpad? Vijf haarspeldbochten later (omhoog) hadden we nog steeds niets gevonden, en we hielden een auto aan om het te vragen. Die man wist ook van niets, want hij was een Ecuadoraan uit Ambato, op stap met zijn familie. Maar we mochten wel meerijden naar boven in hun grote Jeep voor zeven personen. Jippie! Zo kwamen we in ieder geval boven! Die haarspeldbochten gingen erg soepeltjes met die Jeep :-)

vulkaan“Boven” was waar de antennes staan. Ik denk zo’n 800 meter boven Baños en (volgens het bord) 8 km rijden van Baños. Wij bedankten de man en zeiden (vol goede moed) dat we naar beneden gingen lopen, daar hadden we tenslotte de hele middag voor…
Vanaf de top heb je een schitterend uitzicht op de vulkaan Tungurahua. En we konden dus ook zien hoe actief hij eigenlijk was: iedere 10 minuten stootte de vulkaan een stevige wolk stof en as uit. Meestal zat dit verborgen achter gewone, witte, wolken, maar soms zag je ineens zo’n zwarte wolk er tussendoor groter groeien. Brr. Wel spannend toch: dit is de meest actieve vulkaan die we gezien hebben. De poefjes van Arenal (Costa Rica) zijn er niets bij!
De stof- en aswolken dreven naar links en daar zag je na een tijdje een soort schuine strepen in de donkere, sombere lucht. Volgens ons vulkanologisch inzicht was dat het stof dat weer naar beneden kwam.

Read the rest of this entry »

banos centrumWij kwamen vanuit Riobamba Baños binnenrijden. Je rijdt dan door mooie dalen en ziet akkers op berghellingen liggen. Je ziet dan ook meteen dat ze hier niet met oogstmachines enzo rondrijden, want die akkers liggen op zulke steile hellingen, dat je alleen lopend kan oogsten.
Vlakbij Baños krijg je uitzicht op vulkaan Tungurahua van 5016 meter hoog - alleen staat hij met zijn kop in de wolken. De vulkaan is behoorlijk actief (geweest): je rijdt met de bus over een herstelde weg van zwart zand en grond, dat duidelijk als een soort rivier van de vulkaanhelling zakt.
Baños ligt in een kom verscholen: je moet naar het uiteinde van het dorp lopen om een blik op de vulkaan te werpen, en ik vind dat een geruststellende gedachte. Als je de vulkaan niet kan zien, is de lava ook niet meteen in het dorp. Denk ik.

banos uitzcihtDoor de ligging van Baños zijn er dus twee hellingen: links een helling met veel bos, rechts een hogere helling met vooral akkers en bovenop want antennes. De eerste hele dag dat we in Baños waren, hebben we de linkerhelling beklommen.
Dat wil zeggen, we moesten eerst het paadje zien te vinden. Maar toen we dat hadden, ging het goed: lekker steil omhoog, en het uitzicht op de stad werd steeds beter. We hadden ook tegenliggers: scholieren, die blijkbaar als gymles even die helling op en af moesten rennen. Ik ben er nog niet uit wat ik liever zou hebben: dat, of de Coopertest. Zelfs omhoog lopen was al een behoorlijke klus. Maar het uitzicht was wel erg mooi. Bij de eerste stop konden we het hele dorp zien. Achter ons waren wat ‘kassen’ van plastic, die op de hellingen gefabriceerd waren. Een kunstwerkje, want de helling was niet bepaald egaal. Vandaar natuurlijk dat ze van plastic waren, niet van glas. Wat er in stond, kon ik jammergenoeg niet zien.

kassenWe liepen verder naar een hotel/cafe: 300 meter verderop. Maar wel steil omhoog. Grr. Door de bossen weer, en dan ontdek je telkens mooiere bloemetjes. Sommige lijken van fluweel te zijn, andere zijn zo klein dat je je afvraagt of het wel zin heeft. Maar allemaal mooi! Het hotel/cafe bleek ook een spa te zijn (met vulkanisch water enzo), maar het was gesloten. Wij weer verder, wat meer horizontaal richting het grote Mariabeeld dat boven de stad staat. Onderweg joost helptkwamen we een klein mannetje tegen, dat met 5 grote boomstammen aan het sjouwen was: een boertje, dat hier op de helling in een klein huisje woont met zijn hondje en zijn vrouw. Joost heeft hem even geholpen met die boomstammen…

Zo´n Mariabeeld op een helling boven een stad is groot! En wat schetste onze verbazing: vanaf daar konden we met een trap naar beneden. Bijna de hele afstand tot in het dorp was voorzien van een trap. Handig - en ik was blij dat we die niet omhoog hadden gelopen!

Baños zelf is een leuk, maar wel toeristisch stadje. Veel touragencies, die je naar de jungle willen sturen, canoyning, bungyjumpen, of raften willen laten doen. Je kan trouwens ook gewoon fietsen huren, misschien doen we dat nog wel. Er zitten dus ook veel souvenirswinkels, maar de souvenirs hier zijn niet echt verrassend. De meeste heb ik al gezien (en/of gekocht) in Peru of Chili. Ik zie niet echt heel bijzondere dingen die typisch Ecuadoraans zijn. Gelukkig maar, voor de portemonnee :-)

Gisteravond hebben we na lang overleg besloten om onze reis af te breken en naar huis te gaan. Het reizen is al een tijdje een sleur, vinden we, en we zitten het liefst een lange tijd op een en dezelfde plek en zitten soms uren op internet. We missen onze ouders en vrienden en ´s Avonds in bed liggen we allebei te denken en te dromen van Nederland, het huisje dat we daar willen en de bijbehorende hond, alpaca en hangbuikzwijntje. Ik heb allemaal ideeen voor een sauna met bubbelbadje en Esther wil knutselen. Mijn zus heeft nog een huisje in Raamsdonksveer dus daar gaan we tijdelijk even intrekken totdat we iets voor ons zelf gevonden hebben. Waarschijnlijk gaan we niet direct weer aan het werk, want we hebben allebei allemaal ideeen van dingen die we willen doen en maken.

Read the rest of this entry »

(il)legaal?

In Amerika en Europa wordt een hoop werk gemaakt van het opsporen en veroordelen van mensen die films, muziek of games kopieren. Op zich terecht. Degene die het maken horen er wat aan te verdienen. Ik vraag me alleen af of men niet wat doordraaid. Misschien dat door het internet het kopieren een enorme vlucht genomen heeft, maar vroeger werden ook video’s gekopieerd en muziek van de radio opgenomen.

Hier in Zuid-Amerika vraag ik me soms af of hier wel een verbod is op gekopieerde muziek, films en games. In Argentinië en Chili kan je soms op straat het een en ander vinden. We hebben er wel eens naar gekeken, maar alles was alleen maar in het spaans verkrijgbaar. In Peru echter staan er veel meer lui op straat met hele wanden vol met van alles. Een film dvdtje kost slechts 1,50 (met meerdere talen waaronder engels) en een cd met dezelfde film alleen in het spaans kost 1,- euro. Ze staan gewoon op straat, tegenover het politieburo of de politie loopt gewoon langs en doet niets. Betekend dat dat het hier wel toegestaan is ?
Hier in Ecuador is het nog gekker; hier heb je gewoon winkels die bom en bomvol staan met film, muziek en games. In Cuenca waren we in een winkel en je kon het bijna niet zo gek bedenken of ze hadden het op dvd. Zelfs de nieuwste films die hier ook nog in de bioscoop draaien.

Dit zet mij dus aan het denken. Waarom wordt er in Amerika en Europa zoveel tijd en geld besteed om het kopieren tegen te gaan. Hier wordt er blijkbaar niets aan gedaan. Goed, in de bioscoop was voor de film ook een reclamefilmpje waarin gezegd wordt dat kopieren piraterij is, maar daar houd het dan ook bij op. Of is er in US en EU gewoon meer geld te halen bij degene die het kopieren? Loont het daarom niet om dezelfde moeite hier ook te doen? Of staan ze het oogluikend toe omdat hier nog lang niet iedereen een dvd-speler heeft? Doordat het zo goedkoop is om aan dvdtjes te komen, gaan mensen eerder een speler kopen. Ik vroeg me af of je zo’n internationale organisatie tegen piraterij kan betichten van oneerlijke vervolging omdat ze niet dezelfde moeite of actie nemen tegen piraterij over de gehele wereld.

Aantal dagen op reis:

7 maanden en 13 dagen

Wereldfoto's

www.flickr.com
  • Onze sites

  • Dit is al geweest