Vanuit Nazca zijn we eerst naar Ica gegaan. Een gezellige grote stad, met een groot, 10 dagen durend festijn ter gelegenheid van ‘de druif’. En dan met name de druif waar ze hier pisco van maken, de nationale alcoholische drank, en wijn.
Het festival leek meer op een kermis met een mini-draaimolen van twijfelachtige draai-kracht, tientallen tafelvoetbaltafels, een soort gokspelletjes, vlees van barbecues en dergelijke. Maar er waren ook tientallen kraampjes waar de bodega’s uit de omtrek vertegenwoordigd waren. Zij lieten hun wijnen, pisco’s en cachina zien en proeven. Cachina is een roze-achtig bijproduct van de wijnproductie en smaakt naar een sterk drankje met een wijnsmaak. Beetje bijzonder dus. Met een flesje cachina in de hand hebben we het concert van de ‘no-se-quien-y-no-se-cuandos’afgewacht (vrij vertaald: de ‘ik-weet-niet-wie-en-niet-wanneers’), maar toen die begonnen te spelen was die cachina ineens erg snel op - het was geen succes…
Ica is, net als Pisco, getroffen door de aardbeving op 15 augustus 2007. Deze vernielde voornamelijk Pisco, maar Ica kwam er niet onbeschadigd vanaf. Hier en daar zijn huizenblokken gewoon weg en ligt het kale beton open, blijkbaar wachtend op nieuwe bebouwing. Ook de koepel van een kerk ligt voor een deel open en is duidelijk nog kapot. Dit zijn toch wel rare dingen om te zien.
In Pisco is dat nog veel erger. In dit dorp zijn vele huizenblokken weggeslagen. De meeste troep is nu opgeruimd, maar slechts hier en daar wordt opnieuw gebouwd. Er staan wel veel kleine houten huisjes - noodoplossingen voor de bewoners van ingestortte huizen. Een taxichauffeur vertelde ons het volgende over de aardbeving:
“Het begon tegen zessen ’s middags en duurde 3 minuten en 4 seconden. Ik bracht net de koffers van een echtpaar in een hotel en kon de kamer eigenlijk niet uit. Het schudde alle kanten op en je kon niet op je benen blijven staan. Het licht viel ook vrijwel direct uit.
Veel scholen zijn vernield, maar gelukkig waren de klassen al uit. Ook de kathedraal is volledig verwoest, daar vielen wel doden bij, net als een hotel van zeven verdiepingen - kijk, dat stond hier (er is een stratenblok volledig leeg, geen bebouwing of rommel). Hier is het strand: na 25 minuten was er een tsunami die veel huisjes van klei en bamboe heeft weggespoeld.”
Dat was toch wel een indrukwekkend verhaal. Als je door dit stadje loopt, voel je je aan de ene kant een beetje een ramptoerist. Er is geen stratenblok dat niet beschadigd is: soms staat er nog één huis, daarnaast ligt of lag alles in puin. Ook aan de Plaza de Armas staan nog ruïnes van huizen of hotels, maar daar wordt ook alweer gebouwd. De torens van de kathedraal staan echter nog zielig alleen. Tussen de torens, op de plek van het schip, is een groene ‘partytent’ opgezet, zodat de missen weer op de juiste plek gegeven kunnen worden (zie foto). Maar een half jaar na dato blijkt dat er nog wel heel veel moet gebeuren.
Wat ons wel opvalt is dat iedereen ons hier vriendelijk groet (er zijn niet zo veel loslopende toeristen) én dat dit de eerste plaats in Peru is waar nog niemand om geld gebedeld heeft: iedereen is toch wel hard aan het werk.
‘Gelukkig’ regent het hier in Pisco nauwelijks, dus veel mensen kúnnen zonder echt dak boven hun hoofd leven, maar dat is natuurlijk niet zoals het hoort te zijn. En ‘gelukkig’ lijkt zo’n aardbeving als deze maar eens in de 30 jaar voor te komen. Waarschijnlijk is Pisco zo rond 2037 de aardbeving uit 2007 net te boven…
No comments
Comments feed for this article