De rit van Cusco (hoog in de bergen, 3300 meter) naar Nazca (50 km van de kust, 600 meter hoog) is een lange. Wij namen een bus overdag, waardoor we zagen dat we door prachtige valleien reden, toen weer met 30 haarspeldbochten omhoog gingen naar de hoogvlakten van de Andes, waar de kuddes alpaca’s grazen. En nog meer kuddes alpaca’s. En nog meer. Na uren lang rijden gingen we weer met haarspeldbochten omhoog, nog een hoogvlakte, nu bedekt met nevel bij de zonsondergang. Om 20:00 ’s avonds bleken we niet in Nazca, maar in een klein bergdorpje te zitten - we moesten nog eens 4 uur rijden, nu naar beneden. De bergen werden steeds kaler, woestijnachtiger (voor zover we dat in het lamplicht van de bus konden zien) en toen waren we, na een rit van zestien uur, om 12:00 ’s nachts in Nazca.
Nazca is vooral bekend om de mysterieuze lijnen, maar natuurlijk is er meer te zien. Wij bezochten Chauchilla, een begraafplaats uit de Nasca-cultuur. Veel van deze ondergrondse graven zijn uitgegraven door grafrovers, maar een aantal zijn bewaard gebleven. Die zijn nu ook open, maar je kunt daarin zien hoe de mummies en hun offergaven bewaard zijn gebleven. Een beetje raar is het wel.
De bergen om deze begraafplaats bevatten allerlei mineralen, en daar zit ook goud in. Bij een kleine werkplaats kregen we uitleg over hoe ze het goud uit de rotsen halen. Uit 60 kilogram rotsen halen ze 1 gram goud - en dat is een hoop werk: eerst alles tot poeder vermalen, en dan in een soort wip / vijzel wordt er kwik en water bij het poeder gedaan. Het kwik hecht zich dan aan het goudpoeder. Vervolgens wordt dat amalgaan verhit: het kwik wordt weer vloeibaar en je houdt goud over. Een heel bewerkelijk proces, en kwik is nou ook niet zo’n gezond materiaal…
We zijn ook naar een werkplaats voor keramiek geweest. De man die het uitlegde, bewerkt de klei op de manier zoals de oude Nazca’s dat ook deden. Na het kleien van een potje met twee tuiten (de typische potjes van hier) en het drogen, beschildert hij ze met vermalen mineralen: rood, creme, bruin: allemaal natuurlijke kleuren, maar van stenen dus. Vermengd met water wordt het een verf, die hij met een kwastje met haar van een 1-jarige baby opbrengt. Daarna wordt het gebakken in een oventje: een nacht lang, 900 graden. En dan zit die verf er voor altijd op. Zo lang, dat ze nu in de Nazca-lijnen nog scherven vinden die er mooi uitzien. En dat is dus zo’n 2000 jaar oud!
Nazca zelf is maar een dorpje, en het leeft van het toerisme, met name het vliegen over de lijnen. Dat gingen wij dus ook doen…
No comments
Comments feed for this article