Op weg naar Machu Picchu gingen we met een tourtje door de Valle Sagrada, ofwel heilige vallei. Deze vallei is heilig omdat de Inka’s er zo over dachten. En hun reden daarvoor was dat ze daar veel producten konden verbouwen - maar vooral veel (zo’n 175) soorten maïs. Nu verbouwen de mensen nog steeds veel soorten maïs hier. En je kunt het dus ook in allerlei vormen eten: als soep, choclo con queso (van de kolf met kaas), gezouten en gebakken (in plaats van pinda’s)…
Vanuit Cusco reden we de vallei in bij een klein dorpje, volledig omgeven door maïsvelden. Het uitzicht was fantastisch! We reden echter door naar Pisac, een groter dorp. Helaas was het geen marktdag, maar we bekeken wel het religieuze centrum van de Inka-ruïnes daar. Er staan diverse tempels voor de sterren, regenboog, bliksem, zon en maan. De zontempel is het meest bijzonder, omdat deze om een natuurlijke rots
gebouwd is. Dit was onze eerste kennismaking met de Inka-architectuur van de strakke rotsen: rechte hoeken in grote rotsen die allemaal perfect in elkaar passen. En nog aardbevingbestendig ook!
Na Pisac reden we door de vallei, langs de rivier Vilnacota. Deze rivier verandert diverse keren van naam voordat hij in de Amazone-rivier uitkomt en uiteindelijk in de Atlantische Oceaan belandt. Dus het water wat wij zagen, heeft nog een behoorlijke reis voor de boeg.
We kwamen uit in Ollantaytambo. Kleine uitleg van deze lastige Quechua-naam: Ollantay was een man die hier een rustplaats begon, tambo genaamd. Vandaar. Het dorpje is klein
en heeft een grote Inka-ruïne met veel terrassen en bovenop de heuvel een zonnetempel uit een eerdere cultuur, Tiahuanaca. Die tempel heeft veel grote stenen, heel anders dan de zonnetempel van Pisac. Maar ook hier hebben de Inka’s heel precies gekeken naar de zonsopkomsten, speciaal op 21 juni en 21 december, de kortste en langste dagen van het jaar. Op het moment dat de zon opkomt, worden bepaalde delen van de omliggende bergen en de tempel zelf belicht door de zon. Daarmee wisten de Inka’s precies op welk moment zij bepaalde feesten konden vieren, en wanneer ze met zaaien moesten beginnen. Ze waren best slim, die Inka’s, want nog lang niet alle geheimen van deze tempels zijn doorgrond.
Wij bleven in Ollantaytambo, tot de trein van 20:35 naar Aguas Calientes (het voorportaal voor Machu Picchu) vertrok. De kleine straatjes van Ollantaytambo zijn leuk om doorheen te zwerven. Dan waan je jezelf echt in de Inkatijd… De trein nam ons echter mee naar een ‘moderne’ toeristenstad. Aguas Calientes doet zelfs denken aan een soort skidorp: je ziet heel veel toeristen en alleen maar restaurantjes, hospedajes en souvenirshops. Wat een gekkenhuis! Maar je moet wel, als je naar Machu Picchu wilt…
No comments
Comments feed for this article