Op de terugweg van Aguas Calientes via Ollantaytambo naar Cusco hebben we nog twee archeologische plaatsen bezocht: Maras en Moray.
Vlakbij het dorpje Maras (waar veel wegen nog uit modderige paden bestaan) loopt een warmwaterstroompje waar veel zout in zit. Al sinds mensenheugenis, dat wil zeggen, ook al voor de Inka’s, wordt het water uit dit stroompje opgevangen in ‘zwembadjes’. Als er zo’n 8 cm water in staat, laat men het water verdampen, en het zout blijft over. Dit proces wordt uitgevoerd in het droge seizoen (dus niet in deze maanden), en nog steeds wordt er zout geproduceerd. Er zijn echt honderden van die zwembadjes, en je ziet de witte afzetting al zitten.
Het zout wordt in zakjes verkocht, maar aangezien wij daar niet zoveel aan hebben, kochten we gezouten gebakken maïskorrels, ook erg lekker!
Moray is een soort Inka-tuinbouwgebied of laboratorium. In een natuurlijke ronde kuil in het landschap hebben zij terassen gemaakt. Door het hoogteverschil ontstaat op ieder terras een ander microklimaat, waar bepaalde producten (maïs, quinoa, aardappels, cocaplanten) beter in groeiden. Of ze teelden de planten zo, dat ze op een bepaalde hoogte beter gingen groeien.
We zijn afgedaald in de grootste kuil - dat was niet echt handig, met die stenen strappen in de terrasmuren. We merkten niet echt veel van het klimaatverschil, want we kregen het al warm van het afdalen en vooral het weer omhoog klimmen. We zitten hier nog steeds op zo’n 3300 meter en dat merken we vooral als we ergens omhoog moeten (trap, helling, Inka-terras…).
’s Middags waren we terug in Cusco en zijn we mee geweest met een tour naar de archeologische plaatsen rondom de stad. Eerst is daar Q’orichancha. Daar waar ooit Inkatempels stonden voor de regenboog, maan, sterren, bliksem, andere elementen en Pacha Mama (Moeder Aarde), staat nu een katholieke kerk. De Inka-tempels staan er nog gedeeltelijk, waardoor er nu een bijzonder combinatie is van Inka-architectuur die hier en daar ruw onderbroken wordt door Spaanse architectuur…
Sacsayhuaman is een soort fort, gebouwd van echt heel grote stenen, die ook weer perfect in elkaar passen. Het staat boven de stad, waardoor je een schitterend uitzicht hebt. Voor de Inka’s was dit een speciale plaats, omdat het ook het hoofd van de poema is: de originele plattegrond van Cusco heeft de vorm van een poema, een heilig dier voor de Inka’s.
Vervolgens bezochten we Q’enko, een tempel voor Pacha Mama, gebouwd ‘in’ een natuurlijke rots. Daarna gingen we langs Puka Pukará, een fort bij het begin van de Inka Trail. En tot slot bezochten we een bron, TamboMachay. Deze gaf al water in de tijd van de Inka’s en hij geeft nog steeds water (en niemand weet waar het begin van deze bron is!).
Zo hebben we dus heel veel verschillende Inka-ruïnes gezien. We hoorden dat er wel 32 verschillende vormen van Inka-architectuur zijn, en ik heb het idee dat we er wel een aantal gezien hebben! Vooral de puzzelachtige manier van stenen plaatsen is knap: stenen van 5 ton passen perfect op en in elkaar. Hoe ze dat voor elkaar gekregen hebben… En dan komen die stenen ook nog uit een groeve die 7 kilometer verderop ligt!