Vlak bij Arequipa, op zo’n 220 km (zes uur in de bus!), ligt de Canyon de Colca, een van de diepste canyons van…, nou ja, diep. Wij zijn naar het plaatsje Cabanaconde gegaan, vanwaar trekkings de canyon in gaan. Cabanaconde is echt een durp van onverharde straten, ezeltjes, draagdoeken… Het ligt op 3287 meter hoog.
Wij gingen met Juan Carlos drie dagen op pad: de canyon in, de canyon door en de canyon uit. Ik zal de conclusie vast verklappen: het is zwaar en je krijgt er behoorlijk spierpijn van! Lees verder voor tekst en foto’s!
De eerste dag liepen we door de terras-akkers van Cabanaconde naar de rand van de canyon. We zagen een besneeuwde top van 5300 meter hoog, halverwege de in het zonlicht glinsterende
daken van een dorpje, zo’n 2300 meter hoog (daar zouden wij de volgende dag zijn), en net niet de rivier, op 2100 meter. Voor de snelle rekenaars: wij gingen die dag dalen van 3287 meter naar 2150 meter = 1137 meter.
Het naar beneden lopen gaat je op een gegeven moment echt opbreken: we hadden allebei bibberende benen. Maar de uitzichten waren werkelijk fantastisch. Soms keek je links de canyon uit, soms rechts, en telkens zag je aan de overkant die kleine dorpjes liggen. Eenmaal beneden was er een niet al te wilde, bruinige rivier: de Colca. En toen ging het weer een stukje omhoog, naar San Juan de Chuccho (2150 meter), een groen paradijsje van fruitbomen en akkertjes. We sliepen hier bij een familie die een paar kamertjes heeft. Maar eerst kregen we tuna (cactusfruit) en sinaasappels om bij te komen, en een heerlijke lunch. Daarna door de tuin gelopen: allemaal fruit waarvan ik de namen alweer vergeten ben, maar bijvoorbeeld ook avocado’s. En natuurlijk de ren met cavia’s. Ah… Gelukkig kregen we iets anders als diner, begeleid met de spookverhalen van Juan Carlos. Blijkbaar is het in die dorpjes zo rustig, dat de mensen wat spannende verhalen verzinnen over ronddwalende geesten om zich te vermaken.
De tweede dag was de ‘makkelijke’ dag: een beetje horizontaal naar 2300 meter. Maar wel eerst even een riviertje oversteken en dan 100 meter steil omhoog, en het laatste stuk dalen we weer 100 meter - want dat gaat zo lekker met die stijve kuiten van het 1100 meter dalen gisteren.
We kwamen door twee dorpjes: Cosñira en Malata. Beide zijn vrijwel verlaten: er wonen alleen nog oude mensen, en de rest van de families komt langs voor de feestdagen. Je ziet er dus ook alleen een paar mensen en wat ezels, het belangrijkste vervoermiddel hier. Deze dorpjes zijn ook pas vorig jaar van electriciteit voorzien! Is dat niet bijzonder?!
In Malata is een klein museumpje (1 kamer) waar spullen verzameld zijn uit hun dagelijks leven.
Een meisje legde uit hoe ze maïs en graan vermalen, hoe ze van maïs lekkere knabbels maken (en ze hebben wel 8 soorten maïs). Deze mensen danken Moeder Aarde (Pachamama) met gaven van llamavet, cocablaadjes en maïskorrels. Met het llamavet en een plukje llamawol maken ze ook natuurlijk kaarsen, die nog lekker ruiken ook. Waarom hebben wij dat niet?!
Als er iets vervoerd moet worden, gaat dat in zelfgeweven draagdoeken (kinderen, alfalfa, maïs…), gewoon op de rug en voor de borst vastgeknoopt. En er lagen traditionele kleren voor de vrouwen: minutieus geborduurde hoeden, hesjes, blousjes en rokken. Echt schitterend ziet dat eruit. In de omgeving van Cabanaconde hebben ze andere hoeden dan in Chivay, maar het borduursel is echt fantastisch.
Na de afdaling op de tweede dag kwamen we uit in een oase: een vlak stukje in de canyon waar warm water uit de bergen komt en het ineens groen is: palmbomen groeien hier zelfs! Het warme water wordt natuurlijk opgevangen in een zwembad. Het bleek niet zo heel erg warm, maar ik ben er meteen in gedoken, want het wandelen in de zon was een hete klus!
We hebben hier de middag lekker gerelaxed, wat prima ging met drie hele lieve kleine katjes in de buurt. Supernieuwsgierig (vooral tijdens lunch en diner), maar toch ook een beetje lui - moeders lag met twee kleintjes bij mij op schoot! We sliepen in een bamboehut, op een bamboebed, onder twee dikke dekens (15 graden, brr).
En toen, dag drie. Klimmen dus. Je ziet die wand voor je, van onderaf, en vraagt je af hoe je daar in hemelsnaam tegenop moet komen. Elfhonderd nog wat meter. Het was gelukkig redelijk bewolkt (en dat zou het blijven), dus dat scheelde, want in de zon is het helemaal een hels karwei. Maar voetje voor voetje kom je er dan toch. In drie en een half uur. Elfhonder meter. Die beklimming (en
afdaling) van de vulkaan Villarica in Chili stelde eigenlijk niets voor…! (Of toch?) Maar natuurlijk zijn we uit de diepe canyon gekomen. Met een reuze-respect voor de mensen die hier wonen en werken. Zij lopen dit veel vaker, om boodschappen te halen in Cabanaconde, om producten te verkopen of ruilen… Ze gebruiken ezeltjes om de spullen te dragen, en we kwamen met enige regelmaat een of twee mensen met meerdere ezeltjes tegen, die in stevig tempo de canyon afdaalden of uit liepen. Zonder problemen, zonder te hijgen zelfs. Maar wij - volledig doorweekt en buiten adem kwamen we boven! Dus we weten het nu zeker: de Colca Canyon is diep!
Toen we weer terugwaren in Cabanaconde, zijn we na een nachtje bijkomen naar Chivay gegaan (50 km richting Arequipa). Onderweg stopten we bij het beroemde, befaamde, getipte, niet te missen, verplichte Cruz del Condor. Bij dit uitkijkpunt op
het randje van de canyon (3700 meter) kan je eigenlijk altijd wel de immens grote condor zien vliegen, en nog van dichtbij ook. Maar zoals ik al zei, mist. Nevel. Wolken. Echt - niets - te zien. Geen condor, zelfs geen canyon. Alleen souvenirsverkoopsters in mooi geborduurde kleding en tientallen teleurgestelde touristen. Voor ons viel dat wel mee, wij hadden al een mooie tocht gehad natuurlijk.
De bewolking/nevel trok een beetje op toen we weer in de bus naar Chivay zaten, en toen zagen we onder ons (dat kan, de weg loopt zo dicht langs het randje) zowaar één grote condor vliegen!
In Chivay hebben we vervolgens genoten van heerlijke hete thermale baden. Er waren wel drie zwembaden, en wij ontdekten pas laat dat het laatste bad dat we bezochten (en het ‘koudste’) bedoeld was voor toeristen.
Hihi, in die andere baden was het heerlijk rustig!
En de volgende ochtend zijn we teruggebust naar Arequipa. De Colca Canyon is echt een aanrader, mits het onbewolkt is ![]()
1 comment
Comments feed for this article
February 25, 2008 at 4:00 pm
Jetty
Dag Joost en Esther,
Ik geniet van jullie reisverslagen maar nog meer van jullie foto’s: mijn complimenten! Jullie kunnen zo als professioneel fotograaf aan de slag.
Groetjes,
Jetty