Het was ons niet gelukt om de bus tussen Oruro (Bolivia) en Arica (aan de kust van Chili) te laten stoppen in Putre, een klein dorpje hoog in de Andes. Aangezien we nog een uur naar het dorpje hadden moeten lopen, was het achteraf toch wel makkelijk dat we nu eerst naar Arica zijn gegaan (twee nachtjes) en van daar de rechtstreekse bus naar Putre pakten.
Putre ligt op zo’n 3500 meter hoogte, 130 km van Arica (en dat ligt aan zee, dus reken de hellingshoek maar uit!). Het is een dorpje van 2500 inwoners, maar het is wel de hoofdstad van het gebied. We vonden een aardige kamer vlak naast een van de supermarktjes (en dat is heel klein), en een prima touragency aan de overkant, waarmee we een dag naar de altiplano zijn gegaan, de hoogvlakten van de Andes.
Lees snel verder voor meer!
We hadden el een schitterende dag uitgezocht: strak blauwe luchten (in ieder geval tot ver in de middag) en stralende zon. Met de 4WD pickup reden we eerst over de hoofdweg (Oruro-Arica) naar een grot, die al eeuwenlang als schuilplaats wordt gebruikt. We zagen er meteen een viscacha, een soort groot konijn met een lange staart, maar bij de tweede stop, Las Cuevas, hebben we er veel gezien. Die beestjes leven in groepen bij rotsen, gras en water - en ze stoorden zich nauwelijks aan ons. Net als de llama’s en alpaca’s waar we verderop tussendoor mochten lopen. Wat een
grappige beeesten zijn dat toch, met die kwastjes in hun oren! Onze gids legde uit dat die kwastjes een manier zijn om de alpaca of llama te versieren zodat het dier zich gelukkig voelt, en dat de kudde daarom blijft groeien (kleine llamaatjes!).
Vervolgens gingen we offroad bij Lago Cotacotani, waar we schitterende uitzichten hadden op de vulkanen Purinacota en Pomerape, beide dik 6000 meter hoog en bedekt met een dikke laag sneeuw. In het meer zwommen tientallen grote meerkoeten en wat flamingo’s. Daar zijn we een heuveltje op geklommen voor een nog mooier uitzicht. Ik garandeer je: klimmen, of naar boven lopen, op 4200 meter doe je niet zomaar even!!
Daarna reden we weer een stukje hoger, naar 4500 meter (we hebben geen last meer van hoogteziekte hoor, die coca-thee werkt wel goed!). Daar ligt Lago Chungará, een meer waar de mensen hier trots op zijn, omdat het het hoogste niet-bevaarbare meer is. Waarom je er niet op kan varen, blijft nog even een raadsel. we stonden op de oever van het meer tussen de llama’s te kijken naar een geweldig uitzicht: de besneeuwde vulkanen Pomerape (6240 meter); Parinacota (6330 meter); Sajama (6540 meter, in Bolivia); nog een serie besneeuwde bergen; nog een serie, en dan nog de rookpluimen uit vulkaan Guallatire (6050 meter). Behoorlijk indrukwekkend, zo’n uitzicht!
Op de terugweg zijn we door het mini-dorpje Parinacota gereden, waar een 17e eeuws kerkje staat. Het dak werd gemaakt van riet en llamaleer op houten balken, en op de muurschilderingen
wordt het Aymara-geloof geïntegreerd met Christelijke afbeeldingen: poema’s naast engeltjes! Natuurlijk heeft het dorpje ook zeker vijf artesania’s (souvenirwinkels)…
De laatste stop was bij een plek waar water van 70 graden Celsius uit de bergen komt. Dat wordt netjes opgevangen, en (na wat afkoeling) krijg je een heerlijk warm, natuurlijk bad. Dat was even genieten!
Het was een schitterende tocht, en voor de reizigers onder jullie: Tour Andino (van Justino) is een absolute aanrader. Justino heeft heel veel te vertellen, en aangezien hij is opgegroeid op de altiplano, weet hij alles van llama’s, alpaca’s en het ruige leven op de hoogvlakten!
No comments
Comments feed for this article