De 4×4-tour naar Uyuni is een ‘must’ als je in San Pedro bent. Je kunt heen en weer in 4 dagen, of alleen heen in 3. Dat deden wij. Er zijn 3 agencies die de tour aanbieden en het kiezen blijft toch een beetje natte-vingerwerk. De voorbereidende boodschappen: wc-papier (want dat hangt er meestal niet), coca-thee en cocablaadjes (tegen de hoogteziekte!), en water (veel drinken in de droge hoogte).
De tour begon met een minibusrit naar de grens met Bolivia, 50 km van San Pedro, naast de vulkaan Licancabur. Daar stapten we over in een Jeep. Chauffeur Ricardo en wij, Raul (Spanje), Linda (Duitsland) en Matt en Valerie (Frankrijk). Wij kenden Raul en Linda al uit het hostel, en we hadden al heel wat potjes Uno achter de rug, dus dat was zeker wel gezellig! Lees meer…
De Jeep was een Toyota Landcruiser, eind jaren tachtig: het stuur zat ondersteboven, de meters voor snelheid, touren en bezinetank deden het niet. Bovenop de Jeep lag de reservebenzine en onze bagage in een grote plastic doek. Binnen zaten er twee op de achterbank (pas op het hoofd!), drie in het midden, en een naast Ricardo. En off we went!
De eerste dag was zonnig! De eerste echt zonnige dag en de kleuren waren dus ook schitterend. Eerst Laguna Blanca (wit van de borax), toen Laguna Verde (groen van koper en brons) met uitzicht op de andere, Boliviaanse, kant van de vulkaan Licancabur.
De weg was (natuurlijk) overal onverhard, soms ging het er best ruig aan toe met de hobbels (pijnlijk voor de achterbank). En over de kleuren kan ik niet ophouden, van goud tot rood, van bruin tot groen.
Tegen de middag waren we bij een vulkanisch verwarmd zwembadje waarin we heerlijk konden genieten van het uitzicht. Daarna volgende stinkende, borrelende modderputten van geisers. Dat was ook meteen het hoogste punt: weer 4800 meter! En dankzij de coca-blaadjes had niemand last van de hoogte
Laguna Colorada was weer een schitterend eindpunt van de dag: prachtige roze- en blauwachtige kleuren, omlijst met groen gras en bedekt met duizenden flamingo-stipjes.
Bij Laguna Colorada is een soort campement, wat simpele huisjes en een ‘hotel’. We sliepen met zes op een kamer met bedden van beton. Wel met goede matrassen en veel dekens gelukkig. Maar slapen op 4200 meter hoogte is best lastig, je hebt toch een soort ademtekort af en toe.
De tweede dag regende het. De witte Jeep (we reden met drie Jeeps van dezelfde agency) had startproblemen, maar het lukte toch. Dit was een dag van het lange rijden (we moesten tenslotte zo’n 450 km overbruggen). Maar wel met een stop bij de ‘boom van steen’, weer zo’n rare rotsformatie. Gelukkig trokken de wolken ook op en kwamen de kleuren weer terug. We reden langs drie laguna’s, met telkens flamingo’s, en ook de vicuña’s waren altijd wel in de buurt. Deze kameelachtige is familie van de llama en leeft in
het wild. Heel elegante beestjes; ze leven alleen op de hoogvlakten en zijn beschermd.
Bij de laatste laguna was het uitzicht de andere kant op ook fantastisch: een 5200 meter hoge berg Caquella, bedekt met sneeuw.
De wolken kwamen weer terug en voordat we in het dorp Culpina K aankwamen, regende het stevig, en dat betekende een flinke modderboel op de weg. Gelukkig was de bagage, die immers bovenop lag, redelijk droog gebleven. We sliepen die nacht in een huis met een origineel rieten dak (en dat lekt dus een beetje). Uno werkte wederom verbroederend: we zaten met z’n achten (en ongeveer evenveel nationaliteiten) Uno te spelen!
De laatste dag keken we toch wel erg uit naar de zoutvlakte, de Salar de Uyuni. Normaalgesproken rijd je vrijwel de hele dag op de Salar, maar dat ging nu niet. La Niña (het klimatologisch fenomeen) zorgt ervoor dat het zoveel geregend heeft, dat de Salar
niet meer toegankelijk is vanuit het Zuiden. Dus moesten wij eerst naar Uyuni rijden (en dat was best een saai stuk), en vanuit Uyuni de Salar op.
In Uyuni bekeken we eerst het treinenkerkhof. Allerlei locomotieven en ander spoormaterieel staat hier ‘gestrand’ en verroest midden in de woestijn. Heel absurd gezicht. Hoe ze er gekomen zijn, was ons niet duidelijk, want de wielen staan soms ver in het zand, zonder rails.
We reden toen verder door Uyuni. Dat doet op het moment niet voor Venetië onder: diepen plassen modderwater - ik was blij dat we in een hoge Jeep zaten! Ook de weg naar een dorpje aan de rand van de Salar was modderig en we zijn wel 7 keer door een hele diepe plas, brede rivier of andersoortige waterige omgeving gereden. In het dorpje kregen we lunch en konden we ook souvenirs inslaan. Hmm, de prijzen zijn hier al wel heel anders (lees: lager) dan die in San Pedro, voor dezelfde spullen. In het dorpje is vanalles gebouwd van blokken zoutgesteente, dus je kunt hier zelfs slapen in het zouthotel.
Met onze volledig met modder bedekte Jeep reden we toen eindelijk de zoutvlakte op. En inderdaad - hij staat onder water, zo’n 10-30 centimeter. Geen probleem voor de Jeep, want de zoutvlakte is vlak. Maar wel zat telkens de voorruit onder het zout!
Een zoutvlakte als dit, 12.000 km2 groot, is een absurde wereld. Zo ver je kijken kan is de wereld wit, of lichtblauw, want de hemel (in ons geval enigszins bewolkt aan de horizon) wordt weerspiegeld in het zoute water. Je ziet dus geen overgang van aarde naar hemel en zeker als er dan een andere auto (of bus) langsrijdt, heb je het idee dat die zweeft.
We zijn gestopt bij het zouthotel op de vlakte. Daar konden we met onze blote voeten in het zoute water lopen en de spiegelingen van onszelf testen. Je kunt hier ook niet weg zonder een kunstfoto te maken: door iemand ver weg te laten staan en iemand dichtbij, kan de eerste persoon op de hand van de tweede staan. Een erg populaire bezigheid op de zoutvlakte, alle 70 mensen die er rondliepen, waren daar wel mee bezig. Wij ook - alleen die spiegeling werkt niet erg mee.
Na het bezoek aan het zout werden we gedropt in Uyuni-city: een klein dorp met een gezellig plein en een spoorweghistorie vanwege de zoutindustrie. En het is echt waar dat Boliviaanse vrouwen rondlopen met een plooirok (heel veel plooien), bolhoed en gekleurde doek met kind (of wat dan ook) op de rug. Lange vlechten hebben ze ook, verfraaid met kwastjes. Het is echt heel leuk om te zien; meestal zijn het de oudere vrouwen, maar er lopen er zoveel rond dat het ook jongere vrouwen zijn die zich zo kleden.
In Uyuni hebben we vooral gewacht op de trein, die de volgende nacht vertrok. Met Raul (Linda ging terug naar San Pedro) hebben we wat rondgehangen in het dorp, waar de plaatselijke sport het gooien van waterballonnetjes is. Met een lekker drankje en een potje Uno hebben we ons prima vermaakt.
1 comment
Comments feed for this article
January 31, 2008 at 1:29 pm
Raúl
Hey! Well, I barely can deduce some things of the text (like words similar to english, conjunctions, names and sizes –yeah, I’m still pretending I’m not a master in dutch), but I like the format and the pictures!
Well, wish you good luck in the rest of your travels!
‘Seeya’ someday, somewhere!
P.D. I put you in my blogroll. English version now! ;D