Gisteren zijn we in Salta naar het MAAM geweest: het museum voor archeologie in het hooggebergte. Het was bijzonder interessant, maar ook schokkend. In het museum leer je over de mensenoffers die de Inca’s brachten in het hooggebergte van de Andes. Om de relaties binnen het Incarijk te verstevigen, werden kinderen uit de vier windrichtingen naar Cuzco gebracht, de ‘hoofdstad’ van het Incarijk in het huidige Peru. Ze werden symbolisch getrouwd en op een gegeven moment werden sommige kinderen geofferd.
Zo ook op de vulkaan Llullaillaco (6740 meter hoog), waar een jongetje en twee meisjes begraven zijn bij de top van de vulkaan. Ze werden begraven met een grote verzameling van spulletjes om zich heen: poppetjes, kammetjes, lama’s van steen, en allerlei dagelijkse voorwerpen. De drie kinderen van de Llullaillaco zijn in 1999 naar Salta gebracht en een van hen kun je nu in het museum zien, met daarnaast al die offergaven. Al die poppetjes zijn minutieus en heel mooi in elkaar gezet: het zijn replica’s van de kleding die Inca’s in het dagelijks leven droegen. Ongelofelijk dat ze zulke mooie dingen al konden maken.
Het museum riep bij ons wel de vraag op of het ‘goed’ is om ter lering en educatie zo’n heilig graf op te graven. De opzet van het museum gaf ook wel aanleiding tot die vraag: ze vertellen eerst uitgebreid over de offering en wat dat voor de Inca’s betekent, en aan het einde kan je dan het meisje zien (of niet, ze geven je de keus). We hebben La Doncella gezien, en het blijft wel heel bijzonder om een mens(je) van 500 jaar oud in vrijwel perfecte staat te zien; ze leek wel van was. En toch gingen we met gemengde gevoelens weg…
No comments
Comments feed for this article