La Rioja vonden wij niet zo interessant - de stad dan. Je kon wel mooie tours maken, daar waren we snel achter. Maar die waren behoorlijk prijzig en de touroperator fungeerde met name als taxi. Hmm. Wij hebben een autoverhuurder opgezocht - autorijden kunnen we zelf ook wel! En dus zijn we drie dagen wezen rijden door de bergen tussen La Rioja en de
Chileense grens. En het was schitterend! Het is nog geen Andes, maar de bergen zijn er niet minder om. Rotsformaties van honderden miljoenen jaren oud; fossielen; rode, gele, groene bergen (zonder begroeiing); en om het af te maken een turquoise laguna. Lees snel verder!
De eerste dag reden we langs olijfboomgaarden, wijngaarden en vooral veel saaie struikjes richting de bergen. De eerste stop was Parque Ischigualasto, dat ‘vallei zonder leven’ betekent. Daar mochten we met drie andere auto’s door het park rijden, met vijf stops waarin de gids vertelde. Ischigualasto is een gebied waarin drie tijdperken zichtbaar
zijn. Door de botsing van twee continenten (lang, lang geleden) zijn hier rotsen naar boven gekomen van 220 tot 180 miljoen jaar oud. Kan je je dat voorstellen? Dan stelt een jaarwisseling opeens niet zoveel meer voor!
We kregen een kleine uitleg: het komt erop neer dat in het gebied van 220 miljoen jaar oud de alleroudste dinosauriërs zijn gevonden. Geen grote Jurassicpark-sauriërs, want die had je toen nog niet (!), maar kleintjes, die ook nog niet konden vliegen. Dat zegt het wel ongeveer.
Bij een rotsformatie die uit allerlei laagjes bestond, zagen we fossiele varenblaadjes en een laag carbon (koolstof) wat aangaf dat het hier ooit vol bos stond. Nu was het echter heet, heel heet (terwijl het in de winter kan sneeuwen) en groeit er niet meer dan een paar struikjes.
Het tweede deel van het park zag er heel anders uit, omdat dat ooit een meer geweest moet zijn. En daar groeit nu helemaal niets meer; dit is de Valle de la Luna (maanvallei). Het derde deel van het park was een hoge rode muur van rotsen, echt dieprood: 180 miljoen jaar geleden was dat de bovenkant. In het hele park vind je rotsformaties die door de wind- en watererosie in bepaalde vormen gesleten zijn: eentje was net een duikboot; een ander een paddestoel. Doordat bepaalde lagen sneller eroderen dan andere, krijg je deze vormen - tot ze zo fragiel worden dat ze omvallen.
Het tweede park dat we bezochten was Talampaya. Dit ligt bovenop die 180 miljoen jaar oude laag. Hier zagen we rotstekeningen (die nog niet zo heeeel oud waren, maar toch wel behoorlijk oud). Ook hier heeft de erosie flink zijn werk gedaan. We reden door een vallei met links een strakke muur
van rotsen, echt glad. We stopten waar de rechtermuur (beide zo’n 150 meter hoog) allemaal nissen had, tot bovenaan toe: uitgesleten doordat er ooit een waterval was. Tussen die twee muren heb je een superecho: we hebben heel hard ‘Argentina’ geschreeuwd (wat meestal ‘tina’ als echo geeft), en we hoorden 4 keer een echo: ‘Argentina’: echt ongelofelijk.
Zo kwamen we terecht in Villa Union, een klein durp met een benzinestation en wat hotelletjes. De volgende dag wilde Joost naar Laguna Brava. Maar ik zag dat niet zo zitten (4.200 meter hoog; onverharde weg; VW Golf; geen 4WD). Uiteindelijk hebben we 5 mensen gesproken die zeiden dat het wel kon, dus daar gingen we.
Eerst langs twee mini-dorpjes, en toen de Quebrada de la Troya door: wow! Die bergrug bestaan uit laagjes. Iedere berg is net een stapel pannenkoeken die 45 - 70 graden scheef staat. Echt heel raar!
Vervolgens (we stegen geleidelijk…) kwamen we door het gekleurde gebergte. En dat is eigenlijk niet te beschrijven: de ene berg is rood, de andere is groen, de derde wit. Ik pakte ergens vier stenen op: groen, rood, wit en geel - het ligt vlak naast elkaar. Er groeit nauwelijks wat op de bergen, alleen in het dal waar de weg ook slingert. Om iedere bocht ziet het er weer anders en mooier uit. En wéér een foto maken!
In het dal, bij het riviertje, liepen telkens groepen guanaco’s en vicuña’s (familie van de llama, maar kleiner en bruin). Terwijl we nog niet uitgekeken waren op deze Valle Colorado, ging de weg ineens echt omhoog en binnen no-time stonden we op 4.200 meter hoogte, op een uitgestrekte vlakte, omgeven door nóg hogere bergtoppen met sneeuw, en voor ons de Laguna Brava.
We konden redelijk dichtbij komen en hebben daar ook de
flamingo’s gezien. Het waaide wel hard, en het was behoorlijk fris (wat op zich lekker was, want in de auto was het door de zon behoorlijk warm). Het was echt een schitterende plek. Er liepen wat onverharde wegen (waar de VW-Golf zich prima hield), verder was er helemaal niets: alleen wij, de auto, wat vicuña’s en flamingo’s. Tja… sprakeloos! Gelukkig zijn er foto´s…
Gelukkig mochten we dezelfde weg terug, konden we er nog een keertje van genieten!
De laatste dag reden we terug naar La Rioja, maar via een andere weg dan heen. En zo kwamen we langs/door de Cuesta de Miranda (zie foto aan begin van de post). Dit is een bergweg over een pas van 2020 meter uit 1918-1928. Terwijl we omhoog reden zagen we prachtige rode rotsen, begroeid met cactussen van wel 3 meter hoog, met spierwitte bloemen. Tegen de zon in zie je dan een mooie ’stralenkrans’ van stekels rondom. Het is gewoon zo gevarieerd en bijzonder: daar kan geen blogpost tegenop.
Het laatste stuk dat we reden ging weer langs ki-lo-me-ters olijfboomgaarden. Ik wist niet dat er zoveel olijfjes en olie uit Argentinië kwam! Ook zien we (in heel Argentinië) regelmatig altaartjes langs de kant van de weg. Soms is dat omdat daar iemand verongelukt is, maar in dit gebied is het
ook heel vaak een altaartje voor Difunta Correa. De legende is dat een vrouw in 1840 (tijd van de burgeroorlog) haar man volgde door de woestijn. Dat overleefde ze niet, en ze werd gevonden door soldaten, die ontdekten dat haar zoontje, dat bij haar was, nog leefde, omdat hij van haar borst gedronken had. Voor deze vrouw zijn al die altaartjes. Voorzien van rode linten, rode rotsen en andere rode spullen, en altijd met tientallen flessen water als gift, zodat de vrouw haar dorst kan lessen. Vooral vrachtwagenchauffeurs geloven in deze legende en offeren water als ze gaan rijden.
Met de auto op stap was erg leuk: je ziet de omgeving toch op een andere manier dan vanuit de bus, je kan overal stoppen en rijden waar je wilt en hebt je eigen tijd! Zeker de moeite waard in zo’n schitterende omgeving als die van La Rioja!
No comments
Comments feed for this article